Maas en waals dialect

Dialecten > Gelderland > Maas en waals
Het dialectenwoordenboek Maas en waals bevat 45 gezegden, 368 woorden en 7 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

45 gezegden

ben je nu gek gewordenbende nou himmol betoetert
bepaald deel van het lichaamfizulummie
dat breekt je opda kult oe un keer
dat gaat nergens overzeik op unne riek
dat hoeft niet zo preciesdê kum niet zoh nauw
dat lijkt me sterkmu dunkt
denk jij datmeinde gij da
die zien we nooit meer terugtôh mèr zè boudewijn
een aardige jonge vrouw'n oarige dan
een ribfluwelen broekun massjesterse boks
erg verwendkas en koal verwend
het is niet waargo weg joh
het lijkt nergens op't lek op gin botter of breij
hij heeft weinig geldhij het gin naogel um zun reet te krabbe
hij loopt naar huishij lup naor huis
Hoe gaat het?Hoe gee ut?
houdt je mondhou oewen smoel of houtemoel
ik ben het tweede aan de beurtik bin twids
je praat onzinge lult ut oewen nek
kom eens hierkòm 's dis
lomp persoon (Uiwicks) stier van Grad Arts
Lomp persoon/ vrouwelijk varken/ lelijke dikke vrouwWa 'n keuie!
Mijn vader & moederOs mam 'n pap of ons vât en moet
moet je een koekje hebbenluste nog un kuukske
ongedurig heen en weer lopenhen en weer kötten
op de hielen/door de kniënop de huikes
op een spoel bindenum un kluske weinden
op of over ijsschotsen springenschölleke springen
precies wat ik wildekrek wak woi
rommelig bezig zijnaon ut moiku
vorige week maandagmaondag ach daag
Waarom doe je datWurrum duude gij da
wat doe jewah binne aon ut sjouwe
wat doe jijwah dude gij
Wat een onzin!Wanne teutel!
wat een slecht weer is hetmiens whan slecht wear is het toch
wat is dat voor spulwa's tè vur grèèi
weet jij veelwitte gij veul
Wie is dat?van wie is hij/zij dur inne?
Wil je mee in de auto?Modde gij nog mee in de wagen?
ze is erg verwaanddie he't hoog in de kop
ze is verwaanddie he nogal veul verbeelding
zeer dronkenzoh zât as un pinnekuh
zit niet je neus schoon te maken met je vingersZit niet in de neus te peuteren of pulleken
zit niet met je vinger in de neuszit nie in oew neus te pulleken

368 woorden

(nieuwsgierig) kijkenblieken
(op) nieuw (op) nij

A

aardappeléápel / èrpel (pieper)
aardappelenschillenerpelschel
aardbeienerdbêêzen
achterhuisdèèl
achterstefiezulumie
ademoiium
aderoiier
afgeranseld wordenun pak smeêr krijge, afgepriegeld worre
afpakkenaffaette
altijdaltèd
AutoWagen

B

bakjebekske
bedfèke
beetjebietje
beetjekunneke
Beneden LeeuwenLauwe / Beneje Eind
bessenbêêzen bèèze
beurtburt
biertjebiertku, pilske
bijtbet
blaarbloiiur
blik (metaal) blèk
bliksemwêrlicht
blindbleind
bodembôjum
boekjebuukske
boerenböken
boerenkoolboerremoes
bonenbôhnen
boomgaardbogerd of bommert
bosjebuske
boterbotter
botjebutje
bottenknaoken
Boven LeeuwenBoveneind
brasemlauw
bretelsgalgen
briefjebriefke
broekboks
broekzakbokstes
broodmik
broodjebreudje
bunzingulling

C

condoomfiepke

D

daaromdûrrum
dadelijkdaolik
dat doe ikdê duu ik
dat is niet zo ergdês toh nie zoh slim
dat klinkt ergdâ wil noggah
delendeilen
dementerenverkeinzuh
deukduts
deze kantdis
die van jullieôlliën
dikke rookbloak
dinsdagdijnsdag
directdrek
doe jijduude gij
doekduuk
doordùr
door de week`d`rdewek
door de weekdurdewek
door de weeksdurdeweks
doosdeus
doosjeduske
drempeldulper/durpel
duur/tijdweil

E

echt waarech woar
echter, evenveelevvel
eendenkroosèndevlot
eersturst
eigeeldojjer
eigenaardigaorig
etenète
etenkaanen
evenefkes
evenekkes
ewijks dialectEuiwiks

F

failliet gaannaor de klote gaon
feestendaldeejen
fluisterensmiespele
fruitbomen aan de overkant van de slootoverpoot

G

gaat niet bestaat nietginnie bestinnie
gedaangedoan
gekletswauwel
genoegzat
gepluktgeplokken
geruildgerolen
gierigaardkrintekakker
gisterengiester
glijdenslibberen, sliffere
goedegoeje
gootsteengeut
gootsteengutstin
grabbelengroebelen
grabbeltongrubbetuut
grappenmakerzwanzeur, auwdeus
groentegruunte
grootmoedergrutmoet

H

haarheur
handjevolhaffel
hard roepenblère
harde trappoeier
haringherring
harkrijf / griessel / herrik
harkengriesele
harkengriessele
hebhedde
hekhekkuh
hekkenhekkus
helemaalheul
helemaalhimmol
henhullie
hengsthingst
hij loopthij lup
hoekjehuukske
hoeveelheid groente voor een maaltijdkoksel
hoijow
hondkuno
hooivorkgavel
hoor, horen, gehoordheur, heuren, gehurd
horenheuren
houdt je mondhouw oewen kop
houtstapelkits
huilenbrulle
huilenschraue
huilenschrauwen, schruiwen
huilen (van een hond/wolf) joenkuruh
huismuskrêts

I

ik gaik goi
ik ga, ga jijik goi, gôdde gij
ik gingik gong
ik vingik vong
in eigendom krijgenvur houwes
inschenkeninschudden

J

jankenjoenkere
je gulp is openoew gulp stih los
jijgij
jongenkelje, kâlje, menneke
jongenmenneke
julliegullie
jullie (bez. vnw.) ôllie

K

kakfsadf
kalfmuk
kankunde
kan jij?kunde gij?
kapot makenmollen
Kellyis lief
Kieskeurigkummelijk/kummeluk
kinderenkijnder
kipkiep
kippenhokkiepehok
klaarverrig
klagenlèrmetieren
klapflats
kletsentûhttele
klos houtkluske
KnoeiersMoikers
knoopknup
knotwilgknoot
koeienbeesten
koekjekuukske
koelswagg
koffiekuffie
kopjekumke
kraakbeenknoerl
krentkrint
KreukelenKnoefelen
krielaardappeltjesbraoierkes
kruisbessenstekbêêzen

L

laatlóát
laatst's anderendoags
lamlemke
lampjelempke
lantaarnpaallanternpoal
leeuwluiw
lelijkerdlillikurt
lepellihpul
lepeltjeleppelke
licht maken, bijschijnenluchten
lomp persoonun kuus
loopslups

M

maalmaol
MaandagMóndag
Maas en WaalMoas en Woal
Maas en WaalsMoas en Woals
mademaoi
madeliefjemeizoentje
mak, tamzeeg
mamaaùùùa
mamamoeke
mankal
mandbèn
marktmert
meeuwmuiw
meisje meske
meisjedaen
meisjedernje
meisjeframmus
meisjegrietje
meisjemeske
merelmalling of merrel
moedermoet
mondsmoel
morgenmérégé / merruge
morgenmerge

N

na lopentiente
naastlangs
naastnève
naastnóst
nadenkenprakkeziere
nergensnergent
nickerbocker (driekwartsbroek) drollevanger
nijmegennumwegen
nooitnoot

O

ondermelkfieps
onkruidbocht
onverwacht veel bezoekhutsturm
onzinteutl
onzinwauwel
op een gegeven ogenblikgegiggenblèk
openlos
oudeouwe
Over de datumOverstuur
over de grond rollendrullen
overgevenkotsen, speigen
overkantginnekaent

P

paaltjepulleke
paardperd
paardenbloemkettingpol
paling of aal (?) olling
pingelenleihjen of muien
pissebedkelderzeug
platplaét
plezier, pretschik
ploegenbaauwe
poederpoeier
polletje (gras) pulleke
ponypoenie
populierpeppel
portemonnee /portemonnaieknip
PraatjesKweks
praatjes makenkwêke
pratenproaten
pronkenspiegele
prutsenbroedsele
prutsenmoiken

R

raamroam
raaroarig
ragebolspinnejager
ribfluweelmassjester
richt toe (bocht afsnijden) schoekstoe
roerenruren
rollendrulle

S

s'avondssóvus
s'morgenss'méréges
schaarscheer
schandescheant
scharenslijperscheeresliep
scharniergeheng
scheefscheif
schenken (drank) inschudden
schooierschoiier
schoolschôl
schop (werktuig) schoep
schop, trapschup
schoteltjeschuttelke
schreeuwenschrêken
serieusmeinus
sluipensnijke
smerig, viesont
smoesjeswannu flauwekul, fiemels
sneeuwsnauw
sneeuwsnuiw
snel, gehaastgaauwaechtig
snoepslom
snoepjeslumke
snoepjesnuupke
Snuggerslim
spaspaoi
spadespoái
spittenspaoien
spreeuwsprouw
spugenspiertsen
spulgrèij
standaardstelt
stap, stappen, stapte, gestapttrèj, trèjjen, trooj, getrojen
stapelgekstabbelierend
stek van een wilgpûhter
stoeltjestuleke
stoeltjestuuleke
stoepjestuupke
stofferstofvèrken
stommerddûpperd
stompenfoempe
straatstraot
straatstroat
struinenreupen
struinenschümen

T

tafeltoáfel
tafel, tafeltjetoffel, tuffelke
tasbuiwl
telkenseengaol
TortelduifKoekmeroem
tot zienshouje war!
treuzelenhummele
tuigjoechjach
tweedetwidde

U

uijuwn
uiterwaardenweerdes
uiterwaardenwerd
uitgaan, stappenretse
uitgeputafgepeigert
uitvoerenfanieren
uwouw

V

vaakduk
vaatdoekschottelslet
vadervât
vadsig corpulent persoonbraoier
vals spelenfoetele, steggele
van heemstrawegnije weg
vangen, ving, gevangenvangen, vong, gevange
varkenkeuje
veeldil of veul
vergietdurslag
veulenvulle
vishaakangel
vissen, scheppeneuze
vleesvleis
voerenvoeiere
vorige weekfleewèèk
vorkvurrik
vrijenjörriën
vrouwvrammes
vrouw (luidruchtig) holstender
vrouwenvrallie
vuilsmerrig
vuilniswagenvulliswagen

W

WaaromWurrum
warmwèèrem
waswar of weur
wat een onzinwanne wauwel
waterwoater
weetwit
weet je welwittewael
wegstoppenverstoppelen
werkwerruk
wormpier
wormwurm, pier
wraakachtigkrem

Z

zakbuil, tuut
zakdoekzádoek (snotlap)
zakdoekzoudoek
zakgeldtraktement
zakmeskniep
zelfeiges
zeugzog
zeurenmauwen
zeurenneulen
zevenzeuven
zevenbladhaonekneij
ziedend/boosgiftig
zijzullie
zij (meerv.) hullie
zometeen, zodirectdrèk
zoomzeum

7 opmerkingen

  1. Elk joar in Drutùh is het in november de traditie de Lèste Mèrt te vieren.
    Dan stoan de beesten op stroat en maakt iedereen een proat. Bier in overvloed en de sfeer is goed!
  2. Maas en Waals wordt, zoals de naam al zegt, gesproken in het Land van Maas en Waal. Dit is een Gelderse streek ten westen van Nijmegen en ten zuiden van Tiel. Het wordt nog erg veel gesproken, zowel thuis als op straat.
  3. Toen ik vroeger ut schôl thuis kweum hai ik duk honger, daen broedselde ik wâh ête vur mun eige.Duk gebakke piepers
  4. Ut Maos en Waols is aon ut verdwijne. Vruger konde aon ut plâet precies heure waor iemand vaendaon kweum. Ut winssens en aoffers was nogga mauwerig. In deest en drute slikte ze veul letters in bijv. sukku wanneer ze suiker beduulden. Weijer kweum ik vruger nie dus aon de westkaent van Drute wit ik nie veul.
  5. Ut wor ok nog veul geproat in haore in herne
  6. vur de ruilverkaveling waes ut veld verdeild in kampen. Um vaen de weg af in zôhn kamp tu kunnen moeste elkus dur un slag hèn.Eigeluk waestâ un gewoon un hekkuh.
  7. witte gullie woor ut woord broedsele vandoan kumt????