Barghs dialect

Barghs wordt gesproken in ‘s Heerenberg

Dialecten > Gelderland > Barghs
Het dialectenwoordenboek Barghs bevat 19 gezegden, 694 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

19 gezegden

Als je iemand betrapt die zich onterecht meer grondgebied wil toe-eigenen:As gi-j mien grond wil hemme, mo'j dieperder grave
Dat is zo bot dat je het niet kunt gebruikenDoar kö-j op noa Köle ri-je.
Dat maakt niet uit.Dat drit 'm niet
De broekriem een tandje ruimer zetten na veel etenDe riem op de vraethaok zette
De rek is er uitDe foep is t'r uut
Een dringende grote behoefte doen'n ulk uut de klem laote
Eén persoon heeft maar één versnellingEnen man het moar enen gang.
Een plek waar met mekaar opgescheepte mensen elkaar het leven zo zuur mogelijk maken.'n proemepot
er eentje op de loop hebben'n klap met'n wiksbössel
Helemaal goed!Kats goe:d!
Het is te laat daar nog iets aan te doen.`Now goa'k d'r aan`, zei de pier tegen de haan. En toen had'e n'm al half opgeaete.
het ziet hier zwart van de witte paters't zut hier zwat van de witte paoters
hetzelfdekrek 't eigeste
Hij is gevoelig voor wat er over hem gezegd wordt.Hi-j het de ore köt an de kop zitte.
je bent niet goed wijsGi-j bunt niet goed wies
Mán, mán, mán! (verbazing)Keerl, keerl, keerl!
om de oren slaanum de ore faezele
Verbeeld je maar niks!Stront wie het ow gedrette
we doen het weerWi-j doe:n 't weer

694 woorden

(Hooi) vorkGavel
(witte) koolkabbes
'n borrel/likeur'n kötte
's avendssaoves
's morgenssmarges

A

aan een ander plukkenzit niet te foemele
aanbiedinganbiejing
aanwakkerenopfoempe
aardappelseerpels
AardbeienEerbeaze
achter ademachter aosem
ademaosem
ademloosbute aosem
afdingensjaggere
afdrukkenknipse
aflikken (onsmakelijk) aflebbere
afrasterenvrechte
AfrasteringGevrèg
Afvoerput (uitgang keuken- en waswater) Zutgat
allemaalallemaol
AlpinopetTimmie
alsas
Alternatief genezerStrieker
andijviestampotsmoks aan de wand
apotheekpilledrèjeri-j
avendaovend

B

band/bandenband/bend
bangerikdrietbuul
bankjebengske
bedhei-ja
bedrijfbedrief
beetje'n fietske
beidebei-je
belangrijkbelangriek
belazerenvenaggele
bemoeienbemuuje
bemoeienisbemuujenis
bengelfoelzak
beschonkenlaplazerus, teu:t
besluitbesluut
bessenbae:ze
bezembessem
bezoekbezuu:k
bezoekersbezuukes
bezuinigingbezuuniging
biddenbèje
Bigpog
bijlbiel
Bijschenken (koffie, thee) Inschudden
bijschijnenbi-jschiene
bijtenbiete, bit, gebette
bijvoorbeeldbi-jveurbeeld, zo-as
bikkelhardknoake hard
binnenstebuitenkrang
blaadjeblae:dje
blaasinstrumenttreu:t
blaasmuziek makentreu:te
bladblad/blèèj
BlaffenBlökke
blazenblaose
blazenblaose, blus, geblaose
blijkenblieke-blik-geblekke
blijvenbliève, blewwe, geblewwe
Blik (stoffer en ...) Blèk
bloeienbläö:je
bloemetjebluumpke
BochtDraéj
boek/boekenboek/buu:k
boemankakkadorus
boerderijboerderi-j
boerenkoolmoe:s
boom/bomenboom/beu:m
bord, bordentelder, telders
BorstelBössel
borstenbös, memme
bosjebuske
BotSlee
boterbotter
boterhambottram
bottenknäö:k
bradenbraoje
brakenkotse
bramenbraome, brummels
broekboks
broekriembokse band
broekzakbokse tes
broekzaktes
broerbruur
brokkenbrök
brokkepilootstoethaspel
broodkapjemekske
bruiloftbrulft
bruinbruun
brutaalvreg
buikboek
buikpens
buikprul
buitenbuute
BunzingUlk
burgermeesterburgemeister

C

collectezakklingelbuul
consternatiefalderaatsie

D

daardoordaordeur
daarmeedaormet
dacht het toch nietgeschete
dadelijkdaluk, zo-d'rek
de kachel opporrende kachel opfoempe
de mondde reûtel
dekseldekkel
dennenappelsknöp
deugnietfalderabbes
dezedisse
DichtbijKötbi-j
Dié (daar) Dèn (doar)
dikwijlsduk
doen/deden/gedaandoèn/deije/gedaon
dommekappeskop
dommerikdèmel
domoordözel
dooiendeûjen
doordeur
doppendöp
dorsendösse
dorsendösse-döste-gedösd
Dorsmolen, oud vehikelDösmöl
draaiendrèje-drèèjde-gedrèèjd
drammenneûle
drammerneûlzak
drempeldörpel
Drijfmest uitrijdenAaltkarfaren
drijvendriewe
drinkensöttere
drinken (alcohol) tettere
drogendreuge
drogendreuge-dreugde-gedreugd
dromendreume/dreumde/gedreumd
droogdreug
dropjedröpke
druivendroêve
druktepalaver
Drukte, gedoeGeheister
duidelijkduudeluk
dwarsliggerdraodnègel

E

EekhoornEekkätje
een bangerik'n driet in de boks
een blaadje'n blèèdje
een fluitje'n fuupke
een kater hebbensloerig in de rakker
Een kleine behoefte doenDe eerpels afgiete
een straaltje water'n streûltje water
eendpielend
eendpielent
eenderallens
EierschalenEierbaste
enormalderbastend
erwtensoepartesoep
etenète/at/gegète
etensrestkonketsel
etensrestenkongketsel
etenstrommelhinkemenneke
evenefkes

F

fantaserenkwazzele
fantastkwatskop
feestendaldeje
Feesten (met veel drank) Páve
fijnjofel
flauwekulkwats
fluitjefuupke
foeterenbloddere
FransenFransose

G

gaangaon
gangbaar makengangs make
gangetjegengske
gebruikengebruuke
gedraaidkrang
Geleidepaal (in de koestal) Röppel
geluidgeluud
gemoedelijkgemutelijk
gevaargevaor
gevaarlijkgeveurlijk
gevengève/gaf/gegaove
Gierigaard, VrekKniepert
gijgi-j
glijdensliere
glurenloere
glurenspienzen
goedegoeje
Goedendag!Mój!
goedgaangaon as bas
gooiensmiete-smet-gesmette
gootgeût
gordijnengadiene
goudgold
grasgres
grensgeût
grijpengriepe-grep-gegroppe
groeiengreûje-greûjde-gegreûjd
groeiengreûje/greûjde/gegreûjd
groengruun
groententuinhof
grootjoekel
groot dierlabes
Groot persoonLöhnes

H

HaagmusjeHeggetekske
HaarspeldjjeSpenneke
HandbijlHiepke
hard fietsenknèèje
hard werkenpokkele/piezakke
hardlopenstiefele
Hardnekkige tegenstanderVerrekkeling
hardstikke gekstapelierend gek
hardstikke volknaokend vol
harenheûr
harenheûre
haringhèring
HartRikketik
HeesHíés
heet/warmheit
helemaalkats
helemaal nietgaanniet
herstellen, oplappenopkallefatere
hetzelfdekrek allens, 't eigeste
hijhi-j
HitteHèts
hoestenblökke
hoeveelheidboskasie
hooienheûje
horlogehallozie
hou je mond evenhol de reûtel is dich
houtholt
huilebalkblèèrmoel
huilenblère
huilenblère/blèèrde/geblèèrd
huilenhùle
huishuus
huneurlie
hunhullie

I

Iemand met onverzorgd lang haarLúzebos
ijsies
ijzeriêzer
imitatiefoekemoek
inhoudinholt

J

jaarjaor
jaarlijksjaorlijks
Jaloers makenSpèlke
jarigjeurig
jenevervoèzel
jeukjök
JijGi-j
jongetjejungske
jouow
jullie gullie/ollie
julliegullie/ollie

K

kaaskèès
kachelpookpörkiezer
Kalf (eenjarig) Kiéske
KalkoenPoelepetoat
kammeraadkammeraod/kammereûd
kankerennöle
kapotmaken door onzorgvuldig gebruikverrabbezakke
karnemelkkannemelk
karretjekerreke
kastkas
keetschoppenballejatere
KenauLoéder
kennissjoege
keutelköttel
kijkenkieke/kek/gekekke
kijkenkieken/kek/gekekke
kijken (aandachtig) loere
kinderenblage
KipTuut
kippenhoktutehok
kippenveltutevel
klaarklaor
klapwames
klein kereltjepoatwottel
kleintjedrummel, driet-in-de-boks
kleinzerigziemelig, kwezelig
kletsnatdrietnat
kleuterschoolbewaarschool
klevenklève, klèèfde, geklèèf
KlodderKéuj
klokhuiskreûs
klompenklump
klungelstoethaspel
kniekni-j
knoeienslatere
knoeiensauwe
knoop (in 't touw) knup
knopenknuppe
knopen (bv. aan de jas) kneup
Koe, rundBees
KoeienvlaaiKoeienflats
kokenkoake
komenkomme/kwam/gekomme
konijnenkniene
KoolmeesIemiemke
kopjekumke, köpke
KorstKös
kortköt
kortbijkötbi-j
koukelt
kraaikrèèj
kreukelsknoefels
kreupelkröppel
krijgenkrìège
krijgenkriege/krig/gekregge
kruidenkrujje
kruikkroek
kruipenkroepe/kroap/gekroape
kruiskruus
kruisbessenstekbèze
kunnen weköwwe
kwaadkwaod
kwaad wordenzich opri-je
KweekgrasKwekken
kwekenkwekke
kwibusklotskop
kwijtkwiet

L

laarzenstiefels
latenlaote, lut, gelaote
leeftijdlèèftied
levenlève
liggenligge/li-jt/gelège
lijkenlieke/lik/gelèkke
lijkt niet op wat men kent (negatief) ampart
lijnlient
LompenhandelaarLómpejöd
luchtlog
lucifersstriekhöltjes
lui iemand'n foele
luiaardlapzwans
luikloek

M

maaienmèje
maar maor
maarmaor
maatmaot
machinemasjien
MagerGiéssel
makreelbukkum
mallootkwiebes
MandBen
marktmart
MaskerMombak
meemet
meisjemèèdje, deerntje
MelkbusMelktuit
Melkbussen ophalen (voor melkfabriek) Melkkarfaren
MerelGiétling
merkenmarke
Mestvork (4 tanden) Greep
MierEmp
mijnmien
misleidenvenaggele
moemuu'j
moetenmotte
mogelijkmeugelijk
mogenmagge
molenmöl
mondmoel
mondjemüleke
muismoes
muisjemuuske

N

nanao
naaiennèje
naarnaor
naarlingklotskop
naastnaos
nauwgezetfiemelig, kwezelig
nemennème/nimp/genomme
nietsnutflabes
nieuwni-j
nieuwni'j
nodigneudig
nunow

O

ogen/doppendöppes
omum
om en omvetöchtelijk
omdatumdat
OmploegenUmbouwen
onbegrijpelijkonbegriepelijk
Onbetrouwbaar persoonSjíelkert
onderbouw l.o.bewaarschool
ongeveerunsgeveer
onkruidonkruud
ontstaanontstaon/ontsting/ontstoeng
ontzettendalderbastend
ontzettendontiegeluk
ontzettend moemuu'j as'n maa'j
onvermijdelijkonvemiedelijk
onverschilligersmoks
OnweerSchóer
onwijsonmundig
Onzin uitkramenKlazzeniere
Onzin uitkramenKlazzenieren
onzin!kwats!
oogjeseugskes
opblazenopblaose
opboerenopbökse
opgebruikenafjakkere
Opgehoest slijmKwalster
OpjagenHúúje
opknappenopkalefatere
opnieuwopni-j
oprakelenopfoempe
oprapenoplèze
Opsluiten (iemand) Opbossen
opsprekenklazzeniere
optochtstoete
optredenoptrèje
oudold
Oud persoon (negatief) Knastert
oudersoldelu'j
ouderwetsoldewets
OudijzerhandelaarOldiezerjöd
over eûver
overeûver
overdreveneûverdreve
overdrijveneûverdrieve

P

paalpaol/peûl/pös
PaalPos
paardpeerd
paardrijdenpeerdri-je
paarspeers
pantoffelslof
Paren (konijnen) Rengele
pasenpaose
paterpaoter
pekelenpekkele
personeelpessoneel
perzikmarketons
petroleumpetrolie
pijnpien
pijppiep
pimpelendrinken
Plag (-hak) Plak (-hak)
plagenkoeienere
plank/plankenplank/plenk
plankjeplenske
plassenstroeze
ploeterenpiezakke
PlotselingSchiélk
pluisjepluuske
poepen`driete, dret, gedrette
PoetslapTod
poffertjepufke
politieplietsie
poosjehötje
PopulierPeppel
portemonnaieknip
portiepossie
potenpeut
potenpoate
poten (gewassen) poate
potjepötje
praatjespreûtjes
pratenproate
Praten (zonder anderen aan het woord te laten) Rèbbele
praten lerenkeûvele
praterkletskop
precieskrek
prijspries
PrikkeldraadPundraot
proevenpruufen/pruufden/gepruufd
proevenpruuven-pruufden-gepruufd
proevenpruuven/pruufden/gepruufd
pruimenproeme
puistpuus (erger: brats)

R

raamluikblinde
ragebolspinnejager
ravottenrabbezakke
ravottenröppele
redaktieridaksie
regenrège
regenbuirègebu'j
rekfoèp
repetitierippetiesie
ReuzelSmalt
rijbewijsri-jbewies
RijstRies
rillinggroezel
RoddelenKwáke
RoddeltanteKwáakwief
rommelpruttel
rommeltjeschorremorrie
rommeltjezooi
rotzooidrek
rotzooislugteri-j
rotzooi schoppenballejatere
ruggengraatruggegraot
ruikenruuke
ruimteruumte
RupsRoep
rustigröstig

S

Scharminkel (persoon) Germ
scheelzienloenze
Schele pos (vis) Scheàln apostel
schijnenschiene
SchilmandjeSchèlbenneke
SchilmesjeSchèlmeske
schoenpoetsschoenwiks
SchoentjeSchüntje
schoorsteenschossteen
schopschup
schortjeschöt
SchreeuwenRéare
schuivenschoêve, schaof, geschaove
Schuur (open stalling) Káskop
servicesörves
sinds kortsins köt
sjoemelensteggele
sjofel iemand'n smoks
SjokkenSmokse
slaanslaon
slaapmutsknipmuts
slappe koffiefoekemoek
slecht in ordesloerig in de rakker
SlegStomphamer
slepenslepe-slöp-geslöp
sleutelslöttel
slijpensliepe-slep-geslepe
slijtensliete
slikkensloeke
slimmerikgladdekkel
slingerenslakkere
slootgraaf
slopenvekammezeûle
sluissluus
sluitensluute/sloat/gesloate
smeerboeldrek
smeerpoespoetje
SneeuwSnee
snijdensni-je
SnoepenSneûje
snoepjesnuupke
Snot (hard stukje) Kóaj
snotneussnotklèpel
snuivensnoève, snoaf, gesnoave
sokkensök
SpanjaardenSpanjole
speekseltuf-tuf
spekkaantjesspekkoaje
spelenspölle
spelerspöller
spelletjespelleke
SpijkerNaègel
spijtspiet
spittenspaje
spoelenspuule
sprekerpraotzak
sprinkhaaniemiemke
spugenspi-je
spuugzatspi-jzat
staanstaon-stoeng-gestaon
steegjegengske
steekvliegknoas
steilstik
stekelsstekkels
StierBol
stoelenstuul
stofzuigerhuulbessem
stommerikklotskop
straaltjestreûltje
straatjestreûtje
strijdenstri-je
strijkijzerstriekiezer
stropdasschlieps
struik/struikenstroek/struuk
struikenstruuk
stuiterbalballas
Stuk (grof afgesneden van iets) Drel
Stuk (van een baal stro) Klap
SufferdDöppert
suikerbietensuukeruuve
suldeûsel

T

telefoontillefoon
televisietillevisie
tevredentevrèje
tijdtied
TobbeTeil
toiletpoepdoos
toiletborstelpleebössel
totbis
Tot ziens!Tjúus! Tjó! Áju! Ájuus!
touwtjeteûwke
traditietradietsie
tranentreûn
treuzelendröggele, drökkele
troepgedöns
trosje'n tröske
tuinwerkenfruute in de hof

U

UilskuikenOelewapper
uituut
uiterstuutes
Uitkafferen (iemand) Afbekke
uitkramenuutkroame
Uitlopers (van planten) Lóaje
uitsluitenduutsluutend

V

vaakduk
vaatdoekschotteslet
vals spelensteggele
VechtpartijHouweri-j
veelvöl
verbiedenvebieje/veboaj/veboaje
verderwiejer
verdereveddere
vergetenvegète/vegat/vegète
vergietdeurslag
verkeerdkrang
verkeerde kantkrange kant
verkeringsjans
verkoudenvekelt
vernielenverabbezakke
vernieuwingverni-jing
verstandsjoeke
viespeuksmèèrzak
vleugelvlöggel
vliegtuigvliegmasjien
Voedertrog (aftimmering boven de) Zunnie
voelenvuule/vuulde/gevuuld
voetenvuût
volle haarbosboskasie heûr
Volproppen (met eten) Verpenze
voorveur
voorbereidveurberi-jt
voorbijveurbi-j
vooroverveureûver
VoortdurendEéngaal
vorigveurig
vragenvraoge
vreemdevremde
vreemdgangerschuunsmasjeerder
vriendkammeraod/kammereûj
vriezenvrièze/vrus/gevroare
vrijvri-j
vrijdagvri-jdag
vroegervrogger
vrouwtjevröwke
VruchtbaarGelp
vuildrek
vuilnisvuulnis
vuilnistondrekbak
vuistvoes

W

waaienwèje
waar jewao-j
waarschijnlijkwaschienluk
Wachten op een kansSpínzen
WangenBakke
wasmachinewasmasjien
wat jewa'j
wat wilt uwa mot gi-j
wckakdoos
wedstrijdwedstried
Weggooien (uit onvrede) Fléare
Weinig kansLouw kans
werkwark
WerkenArrebeije
werkenwarke
WespWips
wetenwette
wijwi-j
wijfelaarziemel
wijzenwieze-wes-geweze
WorstWos

Z

zaadzoat
zaaienzeûje
Zak (groot) Buul
Zak (middelgroot) Tóét
ZakjeTúútje
zaterdagzaoterdag
zeggenzegge/zei-jt/gezei-jt
zeurenzemmele
zeventigzeuventig
zich verslikkenzich versloeke
zijzi-j
zijzillie
zijnzien
Zo ver mogelijk openWagenwied
zoek 't maar uitbekiek t maor
zoek 't maar uitbekiek ut maor
zoekenzuuke, zog, gezog
zomerzommer
zonnetjezunneke
zootjeproempotteri-j
zorgenzörge
zorgenzörge/zörgde/gezörgd
zoutzalt
zuipenzoepe, zoap, gezoape
ZuiplapZoeptod
zullen wezöwwe
zuurzoer
zwaarzwaor
Zwarte bessenAalbeaze

2 opmerkingen

  1. Barghs wordt gesproken in 's-Heerenberg in Gelderland pal tegen de Duitse grens
  2. Paars is in het Barghs net zo gespeld als paard
    Peers en peerd