| Word | Synonym |
| à | ieder (overig.) elk (overig.) |
| a priori | allerbelangrijkst (overig.) |
| aai | vleien (zelfst. naamw.) liefkozing (zelfst. naamw.) streling (zelfst. naamw.) aanhaling (zelfst. naamw.) aaiing (zelfst. naamw.) |
| aaien | strelen (Werkwoord) liefkozen (werkwoord) |
| aaiing | vleien (zelfst. naamw.) streling (zelfst. naamw.) liefkozing (zelfst. naamw.) gestreel (overig.) aanhalen (overig.) aai (overig.) |
| aak | binnenvaartschip (zelfst. naamw.) boot (zelfst. naamw.) praam (zelfst. naamw.) rijnaak (zelfst. naamw.) schip (zelfst. naamw.) |
| aal | paling (zelfst. naamw.) |
| aalmoes | gift (zelfst. naamw.) gunst (zelfst. naamw.) naastenliefde (zelfst. naamw.) liefdadigheid (zelfst. naamw.) liefdegift (zelfst. naamw.) |
| aalmoezenier | veldprediker (zelfst. naamw.) |
| aalschaar | elger (zelfst. naamw.) |
| aalt | mest (zelfst. naamw.) gier (overig.) |
| aalvork | elger (zelfst. naamw.) |
| aambei | hemorroïde (zelfst. naamw.) |
| aambeien | hemorroïden (zelfst. naamw.) |
| aamborstigheid | astma (zelfst. naamw.) |
| aan | langs (overig.) over (overig.) met (overig.) in (overig.) betreffende (overig.) aangaande (overig.) van (overig.) zowat (overig.) plusminus (overig.) ongeveer (overig.) nabij (overig.) naast (overig.) dichtbij (overig.) circa (overig.) bij (overig.) boven (overig.) vanaf (overig.) uit (overig.) sinds (overig.) sedert (overig.) op (overig.) door (overig.) |
| aan het licht brengen | manifesteren (werkwoord) |
| aanbelanden | belanden (werkwoord) uitlopen (werkwoord) uitgaan (werkwoord) terechtkomen (werkwoord) ophouden (werkwoord) eindigen (werkwoord) arriveren (werkwoord) aflopen (werkwoord) aanlanden (werkwoord) aankomen (werkwoord) |
| aanbelangen | verkeren (overig.) betreffen (overig.) aangaan (overig.) |
| aanbellen | bellen (Werkwoord) schellen (zelfst. naamw.) luiden (zelfst. naamw.) opbellen (zelfst. naamw.) |
| aanbesteden | uitbesteden (werkwoord) |
| aanbetaling | voorschot (Zelfst. Naamw.) |
| aanbevelen | aanraden (Werkwoord) aanprijzen (werkwoord) voordragen (werkwoord) nomineren (werkwoord) |
| aanbevelenswaardig | raadzaam (bijv. naamw.) |
| aanbeveling | advies (zelfst. naamw.) nominatie (zelfst. naamw.) recommandatie (zelfst. naamw.) referentie (zelfst. naamw.) aanprijzing (zelfst. naamw.) |
| aanbiddelijk | aantrekkelijk (bijv. naamw.) bekoorlijk (bijv. naamw.) charmant (bijv. naamw.) schattig (bijv. naamw.) verrukkelijk (bijv. naamw.) aanbiddenswaardig (bijv. naamw.) begeerenswaardig (bijv. naamw.) |
| aanbidden | adoreren (Werkwoord) dienen (werkwoord) verafgoden (werkwoord) verering (zelfst. naamw.) vereren (werkwoord) verheffen (werkwoord) verheerlijking (werkwoord) eerbiedigen (werkwoord) eerbied (werkwoord) |
| aanbiddenswaardig | aanbiddelijk (bijv. naamw.) |
| aanbidder | bewonderaar (zelfst. naamw.) vrijer (zelfst. naamw.) |
| aanbidding | adoratie (zelfst. naamw.) verering (zelfst. naamw.) |
| aanbidster | bewonderaarster (overig.) |
| aanbieden | aangeboden (werkwoord) aanreiken (werkwoord) afgeven (werkwoord) beschikbaar stellen (werkwoord) geven (werkwoord) indienen (werkwoord) lenen (werkwoord) offreren (werkwoord) presenteren (werkwoord) voorstellen (werkwoord) vertonen (werkwoord) spelen (werkwoord) nazeggen (werkwoord) herhalen (werkwoord) doornemen (werkwoord) voorleggen (werkwoord) tonen (werkwoord) |
| aanbieding | aanbod (zelfst. naamw.) koopje (zelfst. naamw.) offerte (zelfst. naamw.) overhandiging (zelfst. naamw.) voorstelling (zelfst. naamw.) uitvoering (zelfst. naamw.) presentatie (zelfst. naamw.) optreden (zelfst. naamw.) |
| aanbijten | aanvreten (werkwoord) |
| aanbinden | aanhechten (werkwoord) aanknopen (werkwoord) beginnen (werkwoord) |
| aanblazen | aanstoken (werkwoord) aanwakkeren (werkwoord) opstoken (werkwoord) stoken (werkwoord) ontsteken (werkwoord) poken (werkwoord) oppoken (werkwoord) |
| aanblijven | blijven (werkwoord) |