leeds

Dialecten > Oost-Vlaanderen > leeds

leeds wordt gesproken in Lede leeds bevat 17 gezegden, 279 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

17 gezegden

af en toe, somsmé bottn
dat is iets raardad'es iet oardeg
een dikkenek opzettengruete kluet'n emmen
iemand bedriegeniemand ne kluet aftrekken
iemand een loer draaieniemand ne poater schieljeren
iemand verdriet doeniemand zijn hert toestampen
in lede waar den hond zijn broek af deedin lee wor da den nond zen broek afdee
moeilijkheden hebbenzijne pére zien
naar het toilet gaannor thuisken goan
Naar toilet gaannor achter goan
over de ganse lengte (van vb een stuk land, een tuinvan ensj tenenje
succes hebbenvan optrok zijn
weggaanzèn schiep afkuisen
wij doen verderWeur doe(n) vurt
Wij doen voort.Weur doeng voesj Aalsters)
ze is niet domze n' es nie onder een oenjer gebroedj z'es onder gien oenjer gebroedj
zijn best doenzijn devueren doen

279 woorden

(boeken) taskabas
(koffie) taszjat
's avonds's auves
's middags's noens
's ochtends's meins

A

aardappelenpatatten / pitatten
aardbeierrebees
alleenali'jen
altijdaazelejeven
altijdattijd of attues
appelmoesappeltrot
armbandbranzjelee
asbaksandriejee
autoscooterbotsotookes

B

bedelaarschoewer
bedriegenbetjoepen ook zeuren
bedriegersjeurzak
bedriegerzjeurzak
besmettelijkbetraupelijk
betalenafdokken
betalenpiasteren
bigviggen
bijnabekanst
blaarblein blaan
bloedworsttrieppen
bordtalluer
borreldruppel
borstelbustel
braambesbruimbees
breinaaldpriem
breiwolsoa
bronstig (hond) iëet
broodbrued
brouwershuist'braarsuis
buikbredden, pensj
buitenkansokkozje
bumperbarsjok

C

chocoladesjokolat
chocolademelk (warm) chocolatenthee
clementineklimantinekes
clowncloo

D

damesfietsdammevielo
de mijndons
de teugel, het leidsel van een paard't kordieël
dekensozje
deugenietproetsh
deukbloetsj
deurkrukklink
dinsdagdijssendag
dokterdoktoor
dooierdool
doormiddentalvendeur
dorpeldelper
droogrekdrujegrek
druppeldriepel
Duizeligdroaluës
durventeiven
dwazerikzjoeben

E

echtgenootalventraboek
een beetjeewa
een leuke, toffe, plezante dameeen scha jak
egaal, geljikiëgoaleg
egelurs
eigenaardigroal
eigenaardigdrolleg
emmeroaker, iejemer
enkelknoesel
erggraalèk
evenrès
eventjesrèzzekes

F

fietsstuurgiedong

G

gaarzocht
gehandicaptmallonjeg
gehandicaptgebrekkelèk
geldgeldj
gemeentehuisgemientjenuis
giechelengiegelen
giletmesseken
glimpschrensj
goeiedagzjeur
gooienroeien
gootzjep
gordijnenstorzjen
grappigperteg
gruwelengralen

H

haakpencrosjeerauk
haarstukjeposttisje
handschoenwant
hard lopengetten
heb jeeje
heen en weerommesweer
helemaalgielegans
herenfietsbaarvelo
hespenworstrujenendj
hommelmosbie
hondenmandn'onnemanne
horlogearloezje
huwelijkaalèk

I

ijs hoorentjeteuteken
ImpeIemp

J

JasFrak
julliegeu (je) r

K

kaarskeejes
kachel, (eten) stovenstoof
kalfmutten
katerkoeter
kelderkeljer
kerskazze
kerskèzze
kiesboktand
kikkerpuit
kinkhoestkijkhoest
kipoenjer
klamklamp
klap, kletsdrevel
klauterenklefferen
knoeiendesteren
kookpotkomme
korte sokjesbrooskes
koudkaad
kouskoos
kruimelbrijzel
kruiwagenbrewet
kuikentjetsjiepken
kuit (onderbeen) broa
kusbees
kwaadkoad

L

langs onderalonder
LedeLee
lelijkliëelek
lente (de) uitkommenen (den)
leugenaar, zjieverejer
libelgloazesneir
lolbroekpèrtegoard
lookworstlujektriep
lucifersteksken

M

maandagmonjdag
magere melkfluitjesmelk
maissponsje taare
MelkkalfVeies
melodievues
mensminsj
mesthoopmessink
middagnoen
moedkorozje
moedermojer
moerasrotterink
molenmeulen
morgenmaren
MugMoozje
mutsmoesj

N

naaldnolje
naastnevvest
narcistuitelues
nietsnutkazjevang
nietteminallegelijk
nieuwgierig persoonkrejeuzeneus
nochtanspertank
nogalbraa

O

ochtendmein'd
omwegallom
onder jurkcomenizong
ondiep keldertjespenneken
ongeduldig persoonkietegoard
onozelaarmerteko
ooimieke
OordegemUërdegem
openhaardopeneért
opnieuweirdoensj
opnieuwverdrom
oudaa, aut
ouderlingaken (een)

P

paardenbloempiesbloem
paardenstaart (bij meisjes) ne kodden
panpenne
pannenkoekpennekoek
pas opgardevau
pckompjoeter
pijnzjier
pissebedveirkesbieëst
pochenblageuren
puntpoentj

R

raaproop
ravottenzjokkeleuren
regenrijger
rijroot
ringrink
roosrues

S

schaatsenschroeverdijnen
schminkenblanketten
SchortVusschuut
schrokkenschoeffelen
schuinnoes
sedertdienvantsiechtend
seringen (boom)josemienen
seringen (boom) sjosemien
slasaloa
slaapwelslopel
slakslek
slippersslesjen
soepsjoep
spaak (wiel) rèjong
spatbordgardeboe
spekgeregeld
speldspelle
sprenkelendrietsjen
springtouwkueredans
steptrontinet
stoeferblageur
stokvis (gedroogd) boelink
stopcontactpries
straksfleus

T

tabaktoewak
tachtigtaggeteg
tegeltieggel
terwijlbienst
terwijl / ondertussenbinsjt
tijdigbetij
toch weltoet
tochtig (koe) techtig (met doffe `e`)
toegetakeldgeschalottert
toilet, wc't vertrak
treuzelentroetsjeln
trotsgroesj
trouwboekjetraaboeksken
tuinlochtink
twijgpèsje

U

uitjouwenuitsjaun
uitputtenafprossen

V

vaak, slaperigvauk
vaarsvijjes
vaatwerkgeleireweirk
vadervoar of pére
van vorenvaveuren
varkenscoteleteen vaarkeskrap
veiligheidsspeldtoespelle
veldmiëes, meies
verdervoejer
verdwenenschieppes
verdwenenschieppes schampavie
versnellingsbakvitèsbak
vestfrak
vleienmaafrotten
vleugelvleurink
vlinderzomervogel
vlovloewe
voeringvoejerink
voetpadbijgank, baagank
vooruitgaanaffeseren
voosvujes
vorkferket
vreemdoardeg

W

waarschijnlijkriskeerlijk
warmweirem(erps) warem
waterketelmujer
wcthuisken
weedges / tjoep
wegwig
wespfluitenier
wigspie
Wijwer of weu (je) r
wijngaardslakkenscherregossen
woensdaggoensjtag
wrijven (intens) frotten

Z

zaagzoog
zaagzoug
ZaklampPillamp
zaklampnijplicht
zeepzjiép
zekeringplong
zeurkouskreft
zijze of zeu (je) r
zoete nood god'smaricolen
zoete nood god'st' zothuis
zolderopperste
zorgenzjenoasje
zou jezoje
zwartzwert
zweepkletsj