NL: zwijnenSynoniemen: boffen, viezeriken, uitspatten, slempen, brassen, boemelen, varkens, smeerlappen, schoften
DE: zwijnen (boffen): Glück haben
EN: zwijnen (boffen): be lucky, be in luck
ES: zwijnen (boffen): tener suerte, tener leche
FR: zwijnen (boffen): avoir de la chance
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezwijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zwijn jij zwijnt hij zwijnt wij zwijnen jullie zwijnen zij zwijnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezwijnd jij hebt gezwijnd hij heeft gezwijnd wij hebben gezwijnd jullie hebben gezwijnd zij hebben gezwijnd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zwijnde jij zwijnde hij zwijnde wij zwijnden jullie zwijnden zij zwijnden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezwijnd jij had gezwijnd hij had gezwijnd wij hadden gezwijnd jullie hadden gezwijnd zij hadden gezwijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zwijnen jij zult zwijnen hij zal zwijnen wij zullen zwijnen jullie zullen zwijnen zij zullen zwijnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezwijnd hebben jij zult gezwijnd hebben hij zal gezwijnd hebben wij zullen gezwijnd hebben jullie zullen gezwijnd hebben zij zullen gezwijnd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zwijnen jij zou zwijnen hij zou zwijnen wij zouden zwijnen jullie zouden zwijnen zij zouden zwijnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezwijnd hebben jij zou gezwijnd hebben hij zou gezwijnd hebben wij zouden gezwijnd hebben jullie zouden gezwijnd hebben zij zouden gezwijnd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zwijn
|