NL: zwervenSynoniemen: omzwerven, rondreizen, rondtrekken, rondzwerven, trekken, reizen, varen
DE: wandern, streifen, herumreisen, streichen, irren, trampen, schweifen, streunen, herumspazieren, herumirren, schwalken, herumschlendern, sichherumtreiben, herumwandeln, umherschweifen
EN: roam, rove, wander about
ES: pasear, rodar, vagar, deambular, vagabundear, extraviarse
FR: errer, rôder, vagabonder, vaguer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezworven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zwerf jij zwerft hij zwerft wij zwerven jullie zwerven zij zwerven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezworven jij hebt gezworven hij heeft gezworven wij hebben gezworven jullie hebben gezworven zij hebben gezworven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zwierf jij zwierf hij zwierf wij zwierven jullie zwierven zij zwierven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezworven jij had gezworven hij had gezworven wij hadden gezworven jullie hadden gezworven zij hadden gezworven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zwerven jij zult zwerven hij zal zwerven wij zullen zwerven jullie zullen zwerven zij zullen zwerven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezworven hebben jij zult gezworven hebben hij zal gezworven hebben wij zullen gezworven hebben jullie zullen gezworven hebben zij zullen gezworven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zwerven jij zou zwerven hij zou zwerven wij zouden zwerven jullie zouden zwerven zij zouden zwerven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezworven hebben jij zou gezworven hebben hij zou gezworven hebben wij zouden gezworven hebben jullie zouden gezworven hebben zij zouden gezworven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zwerf
|