NL: zwemenSynoniemen: benaderen, toeneigen, wazen
DE: die Schimmern, der Häuche
EN: the shades, the hazes, the auras, the mists
ES: el asomos, la nieblas
FR: la ombres, la voiles, la traces, la pointes, la brins, la pruines
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezweemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zweem jij zweemt hij zweemt wij zwemen jullie zwemen zij zwemen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezweemd jij hebt gezweemd hij heeft gezweemd wij hebben gezweemd jullie hebben gezweemd zij hebben gezweemd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zweemde jij zweemde hij zweemde wij zweemden jullie zweemden zij zweemden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezweemd jij had gezweemd hij had gezweemd wij hadden gezweemd jullie hadden gezweemd zij hadden gezweemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zwemen jij zult zwemen hij zal zwemen wij zullen zwemen jullie zullen zwemen zij zullen zwemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezweemd hebben jij zult gezweemd hebben hij zal gezweemd hebben wij zullen gezweemd hebben jullie zullen gezweemd hebben zij zullen gezweemd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zwemen jij zou zwemen hij zou zwemen wij zouden zwemen jullie zouden zwemen zij zouden zwemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezweemd hebben jij zou gezweemd hebben hij zou gezweemd hebben wij zouden gezweemd hebben jullie zouden gezweemd hebben zij zouden gezweemd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zweem
|