NL: zwellenSynoniemen: aanzwellen, opbollen, opzwellen, wassen, uitdijen, rijzen, opzetten
DE: aufschwellen, schwellen, anschwellen
EN: swell up, bulge
ES: hincharse, inflarse
FR: gonfler, grossir, enfler, lever, se gonfler, s'amplifier, se dilater, s'enfler, prendre du poids, prendre de l'expansion, prendre de l'ampleur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezwollen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zwel jij zwelt hij zwelt wij zwellen jullie zwellen zij zwellen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben gezwollen jij bent gezwollen hij is gezwollen wij zijn gezwollen jullie zijn gezwollen zij zijn gezwollen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zwol jij zwol hij zwol wij zwollen jullie zwollen zij zwollen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was gezwollen jij was gezwollen hij was gezwollen wij waren gezwollen jullie waren gezwollen zij waren gezwollen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zwellen jij zult zwellen hij zal zwellen wij zullen zwellen jullie zullen zwellen zij zullen zwellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezwollen zijn jij zult gezwollen zijn hij zal gezwollen zijn wij zullen gezwollen zijn jullie zullen gezwollen zijn zij zullen gezwollen zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zwellen jij zou zwellen hij zou zwellen wij zouden zwellen jullie zouden zwellen zij zouden zwellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezwollen zijn jij zou gezwollen zijn hij zou gezwollen zijn wij zouden gezwollen zijn jullie zouden gezwollen zijn zij zouden gezwollen zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zwel
|