NL: zwartmakenSynoniemen: belasteren, kwaadsprekerij, roddel, roddelpraat, rodd, lasterpraatje, lastering, laster, geroddel, achterklap
EN: zwartmaken (zwart kleuren): blacken, vilify, defame, slander, libel
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
zwartgemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maak zwart jij maakt zwart hij maakt zwart wij maken zwart jullie maken zwart zij maken zwart
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb zwartgemaakt jij hebt zwartgemaakt hij heeft zwartgemaakt wij hebben zwartgemaakt jullie hebben zwartgemaakt zij hebben zwartgemaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maakte zwart jij maakte zwart hij maakte zwart wij maakten zwart jullie maakten zwart zij maakten zwart
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had zwartgemaakt jij had zwartgemaakt hij had zwartgemaakt wij hadden zwartgemaakt jullie hadden zwartgemaakt zij hadden zwartgemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zwartmaken jij zult zwartmaken hij zal zwartmaken wij zullen zwartmaken jullie zullen zwartmaken zij zullen zwartmaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal zwartgemaakt hebben jij zult zwartgemaakt hebben hij zal zwartgemaakt hebben wij zullen zwartgemaakt hebben jullie zullen zwartgemaakt hebben zij zullen zwartgemaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zwartmaken jij zou zwartmaken hij zou zwartmaken wij zouden zwartmaken jullie zouden zwartmaken zij zouden zwartmaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou zwartgemaakt hebben jij zou zwartgemaakt hebben hij zou zwartgemaakt hebben wij zouden zwartgemaakt hebben jullie zouden zwartgemaakt hebben zij zouden zwartgemaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maak zwart
|