NL: zuchtenSynoniemen: hijgen, ritselen, smachten, kreunen, verlangen, reikhalzen, hunkeren, steunen, verzuchten
DE: zuchten (zucht slaken): seufzen, tief aufseufzen, ächzen, aufzeufzen
EN: zuchten (zucht slaken): sigh, heave a sigh
ES: zuchten (zucht slaken): suspirar
FR: zuchten (zucht slaken): gémir, pousser un soupir, soupirer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zucht jij zucht hij zucht wij zuchten jullie zuchten zij zuchten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezucht jij hebt gezucht hij heeft gezucht wij hebben gezucht jullie hebben gezucht zij hebben gezucht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zuchtte jij zuchtte hij zuchtte wij zuchtten jullie zuchtten zij zuchtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezucht jij had gezucht hij had gezucht wij hadden gezucht jullie hadden gezucht zij hadden gezucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zuchten jij zult zuchten hij zal zuchten wij zullen zuchten jullie zullen zuchten zij zullen zuchten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezucht hebben jij zult gezucht hebben hij zal gezucht hebben wij zullen gezucht hebben jullie zullen gezucht hebben zij zullen gezucht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zuchten jij zou zuchten hij zou zuchten wij zouden zuchten jullie zouden zuchten zij zouden zuchten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezucht hebben jij zou gezucht hebben hij zou gezucht hebben wij zouden gezucht hebben jullie zouden gezucht hebben zij zouden gezucht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zucht
|