NL: zorgenSynoniemen: letten op, zorg dragen, sores, wensen, verlangen, verkiezen, begeren, problemen, moeilijkheden
DE: zorgen (leiden tot iets): sorgen, versorgen, zu etwas führen
EN: zorgen (leiden tot iets): lead to something
ES: zorgen (leiden tot iets): cuidar, encargarse
FR: zorgen (leiden tot iets): mener à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezorgd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zorg jij zorgt hij zorgt wij zorgen jullie zorgen zij zorgen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezorgd jij hebt gezorgd hij heeft gezorgd wij hebben gezorgd jullie hebben gezorgd zij hebben gezorgd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zorgde jij zorgde hij zorgde wij zorgden jullie zorgden zij zorgden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezorgd jij had gezorgd hij had gezorgd wij hadden gezorgd jullie hadden gezorgd zij hadden gezorgd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zorgen jij zult zorgen hij zal zorgen wij zullen zorgen jullie zullen zorgen zij zullen zorgen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezorgd hebben jij zult gezorgd hebben hij zal gezorgd hebben wij zullen gezorgd hebben jullie zullen gezorgd hebben zij zullen gezorgd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zorgen jij zou zorgen hij zou zorgen wij zouden zorgen jullie zouden zorgen zij zouden zorgen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezorgd hebben jij zou gezorgd hebben hij zou gezorgd hebben wij zouden gezorgd hebben jullie zouden gezorgd hebben zij zouden gezorgd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zorg
|