NL: zondigenSynoniemen: dwalen, zonbegaan
DE: sündigen, gegen etwas verstoßen
EN: sin, commit a sin, offend
FR: pécher, commettre un péché
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezondigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zondig jij zondigt hij zondigt wij zondigen jullie zondigen zij zondigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezondigd jij hebt gezondigd hij heeft gezondigd wij hebben gezondigd jullie hebben gezondigd zij hebben gezondigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zondigde jij zondigde hij zondigde wij zondigden jullie zondigden zij zondigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezondigd jij had gezondigd hij had gezondigd wij hadden gezondigd jullie hadden gezondigd zij hadden gezondigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zondigen jij zult zondigen hij zal zondigen wij zullen zondigen jullie zullen zondigen zij zullen zondigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezondigd hebben jij zult gezondigd hebben hij zal gezondigd hebben wij zullen gezondigd hebben jullie zullen gezondigd hebben zij zullen gezondigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zondigen jij zou zondigen hij zou zondigen wij zouden zondigen jullie zouden zondigen zij zouden zondigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezondigd hebben jij zou gezondigd hebben hij zou gezondigd hebben wij zouden gezondigd hebben jullie zouden gezondigd hebben zij zouden gezondigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zondig
|