Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

zoeten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: zoeten
Synoniemen: zoetmaken

DE: zoeten (zoetmaken): zuckern, einzuckern, süß machen
EN: zoeten (zoetmaken): candy, sweeten, sugar, make sweet
ES: zoeten (zoetmaken): azucarar, endulzar, edulcorar
FR: zoeten (zoetmaken): édulcorer, confire, sucrer, dulcifier

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gezoet
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zoet
jij zoet
hij zoet
wij zoeten
jullie zoeten
zij zoeten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gezoet
jij hebt gezoet
hij heeft gezoet
wij hebben gezoet
jullie hebben gezoet
zij hebben gezoet
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zoette
jij zoette
hij zoette
wij zoetten
jullie zoetten
zij zoetten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gezoet
jij had gezoet
hij had gezoet
wij hadden gezoet
jullie hadden gezoet
zij hadden gezoet
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal zoeten
jij zult zoeten
hij zal zoeten
wij zullen zoeten
jullie zullen zoeten
zij zullen zoeten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gezoet hebben
jij zult gezoet hebben
hij zal gezoet hebben
wij zullen gezoet hebben
jullie zullen gezoet hebben
zij zullen gezoet hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou zoeten
jij zou zoeten
hij zou zoeten
wij zouden zoeten
jullie zouden zoeten
zij zouden zoeten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gezoet hebben
jij zou gezoet hebben
hij zou gezoet hebben
wij zouden gezoet hebben
jullie zouden gezoet hebben
zij zouden gezoet hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zoet

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/zoeten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English