NL: zinnenSynoniemen: aanstaan, broeden, volzinnen, bevallen, behagen, verzinnen, beramen, bedenken, wikken, overdenken, nadenken
DE: die Sätze
EN: the sentences, the phrases
ES: la frases, el sentidos, la oraciones
FR: la phrases
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezonnen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zin jij zint hij zint wij zinnen jullie zinnen zij zinnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezonnen jij hebt gezonnen hij heeft gezonnen wij hebben gezonnen jullie hebben gezonnen zij hebben gezonnen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zon jij zon hij zon wij zonnen jullie zonnen zij zonnen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezonnen jij had gezonnen hij had gezonnen wij hadden gezonnen jullie hadden gezonnen zij hadden gezonnen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zinnen jij zult zinnen hij zal zinnen wij zullen zinnen jullie zullen zinnen zij zullen zinnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezonnen hebben jij zult gezonnen hebben hij zal gezonnen hebben wij zullen gezonnen hebben jullie zullen gezonnen hebben zij zullen gezonnen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zinnen jij zou zinnen hij zou zinnen wij zouden zinnen jullie zouden zinnen zij zouden zinnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezonnen hebben jij zou gezonnen hebben hij zou gezonnen hebben wij zouden gezonnen hebben jullie zouden gezonnen hebben zij zouden gezonnen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zin
|