NL: zingenSynoniemen: fluiten, ruisen
DE: singen
EN: sing
ES: cantar, trinar, escandir
FR: chanter
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zing jij zingt hij zingt wij zingen jullie zingen zij zingen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezongen jij hebt gezongen hij heeft gezongen wij hebben gezongen jullie hebben gezongen zij hebben gezongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zong jij zong hij zong wij zongen jullie zongen zij zongen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezongen jij had gezongen hij had gezongen wij hadden gezongen jullie hadden gezongen zij hadden gezongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zingen jij zult zingen hij zal zingen wij zullen zingen jullie zullen zingen zij zullen zingen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezongen hebben jij zult gezongen hebben hij zal gezongen hebben wij zullen gezongen hebben jullie zullen gezongen hebben zij zullen gezongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zingen jij zou zingen hij zou zingen wij zouden zingen jullie zouden zingen zij zouden zingen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezongen hebben jij zou gezongen hebben hij zou gezongen hebben wij zouden gezongen hebben jullie zouden gezongen hebben zij zouden gezongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zing
|