NL: zeurenSynoniemen: aandringen, doordrammen, doordrukken, drammen, eikelen, kankeren, klagen, talmen, zaniken, zieken, temen, zeiken, teuten, hannesen, druilen, drentelen, dralen, aarzelen, treuzelen
DE: nerven, drängen, durchstoßen, einhämmern, einrammen
EN: nag, carry on one's point
ES: seguir empujando, machacar, dar la lata, abrirse paso
FR: barber, raser, casser les pieds, assommer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezeurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zeur jij zeurt hij zeurt wij zeuren jullie zeuren zij zeuren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezeurd jij hebt gezeurd hij heeft gezeurd wij hebben gezeurd jullie hebben gezeurd zij hebben gezeurd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zeurde jij zeurde hij zeurde wij zeurden jullie zeurden zij zeurden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezeurd jij had gezeurd hij had gezeurd wij hadden gezeurd jullie hadden gezeurd zij hadden gezeurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zeuren jij zult zeuren hij zal zeuren wij zullen zeuren jullie zullen zeuren zij zullen zeuren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezeurd hebben jij zult gezeurd hebben hij zal gezeurd hebben wij zullen gezeurd hebben jullie zullen gezeurd hebben zij zullen gezeurd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zeuren jij zou zeuren hij zou zeuren wij zouden zeuren jullie zouden zeuren zij zouden zeuren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezeurd hebben jij zou gezeurd hebben hij zou gezeurd hebben wij zouden gezeurd hebben jullie zouden gezeurd hebben zij zouden gezeurd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zeur
|