Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

zetten vervoegen




NL: zetten
Synoniemen: arrangeren, bereiden, deponeren, inzetten, leggen, neerzetten, opzetten, plaatsen, schrijven, zetwerk, stationeren, neerleggen, bijzetten, zetsels

DE: hinstellen, einräumen, einordnen
EN: place, put, put down, add, situate, locate
ES: poner, colocar, depositar
FR: asseoir, mettre, appliquer, installer, poser, insérer, placer, garer, signaler, stationner

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gezet
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zet
jij zet
hij zet
wij zetten
jullie zetten
zij zetten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gezet
jij hebt gezet
hij heeft gezet
wij hebben gezet
jullie hebben gezet
zij hebben gezet
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zette
jij zette
hij zette
wij zetten
jullie zetten
zij zetten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gezet
jij had gezet
hij had gezet
wij hadden gezet
jullie hadden gezet
zij hadden gezet
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal zetten
jij zult zetten
hij zal zetten
wij zullen zetten
jullie zullen zetten
zij zullen zetten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gezet hebben
jij zult gezet hebben
hij zal gezet hebben
wij zullen gezet hebben
jullie zullen gezet hebben
zij zullen gezet hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou zetten
jij zou zetten
hij zou zetten
wij zouden zetten
jullie zouden zetten
zij zouden zetten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gezet hebben
jij zou gezet hebben
hij zou gezet hebben
wij zouden gezet hebben
jullie zouden gezet hebben
zij zouden gezet hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zet

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/zetten

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald