Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

zetelen vervoegen




NL: zetelen
Synoniemen: gevestigd zijn, resideren

DE: seinen Sitz haben, sitzen, residieren, leben
EN: reside, be established, have one's seat
ES: residir, hallarse, tener su sede, tener su domicilio social, haberse establecido

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gezeteld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zetel
jij zetelt
hij zetelt
wij zetelen
jullie zetelen
zij zetelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gezeteld
jij hebt gezeteld
hij heeft gezeteld
wij hebben gezeteld
jullie hebben gezeteld
zij hebben gezeteld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zetelde
jij zetelde
hij zetelde
wij zetelden
jullie zetelden
zij zetelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gezeteld
jij had gezeteld
hij had gezeteld
wij hadden gezeteld
jullie hadden gezeteld
zij hadden gezeteld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal zetelen
jij zult zetelen
hij zal zetelen
wij zullen zetelen
jullie zullen zetelen
zij zullen zetelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gezeteld hebben
jij zult gezeteld hebben
hij zal gezeteld hebben
wij zullen gezeteld hebben
jullie zullen gezeteld hebben
zij zullen gezeteld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou zetelen
jij zou zetelen
hij zou zetelen
wij zouden zetelen
jullie zouden zetelen
zij zouden zetelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gezeteld hebben
jij zou gezeteld hebben
hij zou gezeteld hebben
wij zouden gezeteld hebben
jullie zouden gezeteld hebben
zij zouden gezeteld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zetel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/zetelen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald