NL: zendenSynoniemen: doorseinen, rondstralen, sturen, toezenden, versturen, uitzenden, uitstralen, zending
DE: jemand etwas zuschicken
EN: remit, send, forward, send to
ES: enviar, mandar, mandar a
FR: transmettre, envoyer à, émettre, expédier à
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezonden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zend jij zendt hij zendt wij zenden jullie zenden zij zenden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezonden jij hebt gezonden hij heeft gezonden wij hebben gezonden jullie hebben gezonden zij hebben gezonden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zond jij zond hij zond wij zonden jullie zonden zij zonden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezonden jij had gezonden hij had gezonden wij hadden gezonden jullie hadden gezonden zij hadden gezonden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zenden jij zult zenden hij zal zenden wij zullen zenden jullie zullen zenden zij zullen zenden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezonden hebben jij zult gezonden hebben hij zal gezonden hebben wij zullen gezonden hebben jullie zullen gezonden hebben zij zullen gezonden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zenden jij zou zenden hij zou zenden wij zouden zenden jullie zouden zenden zij zouden zenden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezonden hebben jij zou gezonden hebben hij zou gezonden hebben wij zouden gezonden hebben jullie zouden gezonden hebben zij zouden gezonden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zend
|