NL: zemenSynoniemen: zeemleren
DE: sämischledern, waschledern
EN: chamois, shammy, chammy
FR: en chamois
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezeemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zeem jij zeemt hij zeemt wij zeemn jullie zeemn zij zeemn
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezeemd jij hebt gezeemd hij heeft gezeemd wij hebben gezeemd jullie hebben gezeemd zij hebben gezeemd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zeemde jij zeemde hij zeemde wij zeemden jullie zeemden zij zeemden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezeemd jij had gezeemd hij had gezeemd wij hadden gezeemd jullie hadden gezeemd zij hadden gezeemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zeemn jij zult zeemn hij zal zeemn wij zullen zeemn jullie zullen zeemn zij zullen zeemn
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezeemd hebben jij zult gezeemd hebben hij zal gezeemd hebben wij zullen gezeemd hebben jullie zullen gezeemd hebben zij zullen gezeemd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zeemn jij zou zeemn hij zou zeemn wij zouden zeemn jullie zouden zeemn zij zouden zeemn
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezeemd hebben jij zou gezeemd hebben hij zou gezeemd hebben wij zouden gezeemd hebben jullie zouden gezeemd hebben zij zouden gezeemd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zeem
|