NL: zekerenEN: secure
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezekerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zeker jij zekert hij zekert wij zekeren jullie zekeren zij zekeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezekerd jij hebt gezekerd hij heeft gezekerd wij hebben gezekerd jullie hebben gezekerd zij hebben gezekerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zekerde jij zekerde hij zekerde wij zekerden jullie zekerden zij zekerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezekerd jij had gezekerd hij had gezekerd wij hadden gezekerd jullie hadden gezekerd zij hadden gezekerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zekeren jij zult zekeren hij zal zekeren wij zullen zekeren jullie zullen zekeren zij zullen zekeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezekerd hebben jij zult gezekerd hebben hij zal gezekerd hebben wij zullen gezekerd hebben jullie zullen gezekerd hebben zij zullen gezekerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zekeren jij zou zekeren hij zou zekeren wij zouden zekeren jullie zouden zekeren zij zouden zekeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezekerd hebben jij zou gezekerd hebben hij zou gezekerd hebben wij zouden gezekerd hebben jullie zouden gezekerd hebben zij zouden gezekerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zeker
|