Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

zegenen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: zegenen
Synoniemen: begiftigen, consacreren, inzegenen, loven, zegen, zegening, zaligheid, voorspoed, heil, gezegentoestand, wijden, inwijden, heiligen, wijding

DE: weihen, einweihen, einsegnen, initiieren, inaugurieren
EN: consecrate, sanctify, bless
ES: inaugurar, consagrar, santificar
FR: bénir, consacrer, sanctifier, donner la bénédiction

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gezegend
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zegen
jij zegent
hij zegent
wij zegenen
jullie zegenen
zij zegenen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gezegend
jij hebt gezegend
hij heeft gezegend
wij hebben gezegend
jullie hebben gezegend
zij hebben gezegend
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zegende
jij zegende
hij zegende
wij zegenden
jullie zegenden
zij zegenden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gezegend
jij had gezegend
hij had gezegend
wij hadden gezegend
jullie hadden gezegend
zij hadden gezegend
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal zegenen
jij zult zegenen
hij zal zegenen
wij zullen zegenen
jullie zullen zegenen
zij zullen zegenen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gezegend hebben
jij zult gezegend hebben
hij zal gezegend hebben
wij zullen gezegend hebben
jullie zullen gezegend hebben
zij zullen gezegend hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou zegenen
jij zou zegenen
hij zou zegenen
wij zouden zegenen
jullie zouden zegenen
zij zouden zegenen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gezegend hebben
jij zou gezegend hebben
hij zou gezegend hebben
wij zouden gezegend hebben
jullie zouden gezegend hebben
zij zouden gezegend hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zegen

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/zegenen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English