NL: zandstralenDE: sandstrahlen
EN: sand-blast
FR: sabler
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezandstraald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zandstraal jij zandstraalt hij zandstraalt wij zandstralen jullie zandstralen zij zandstralen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezandstraald jij hebt gezandstraald hij heeft gezandstraald wij hebben gezandstraald jullie hebben gezandstraald zij hebben gezandstraald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zandstraalde jij zandstraalde hij zandstraalde wij zandstraalden jullie zandstraalden zij zandstraalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezandstraald jij had gezandstraald hij had gezandstraald wij hadden gezandstraald jullie hadden gezandstraald zij hadden gezandstraald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zandstralen jij zult zandstralen hij zal zandstralen wij zullen zandstralen jullie zullen zandstralen zij zullen zandstralen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezandstraald hebben jij zult gezandstraald hebben hij zal gezandstraald hebben wij zullen gezandstraald hebben jullie zullen gezandstraald hebben zij zullen gezandstraald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zandstralen jij zou zandstralen hij zou zandstralen wij zouden zandstralen jullie zouden zandstralen zij zouden zandstralen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezandstraald hebben jij zou gezandstraald hebben hij zou gezandstraald hebben wij zouden gezandstraald hebben jullie zouden gezandstraald hebben zij zouden gezandstraald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zandstraal
|