NL: zamelen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezameld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zamel jij zamelt hij zamelt wij zamelen jullie zamelen zij zamelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezameld jij hebt gezameld hij heeft gezameld wij hebben gezameld jullie hebben gezameld zij hebben gezameld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zamelde jij zamelde hij zamelde wij zamelden jullie zamelden zij zamelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezameld jij had gezameld hij had gezameld wij hadden gezameld jullie hadden gezameld zij hadden gezameld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zamelen jij zult zamelen hij zal zamelen wij zullen zamelen jullie zullen zamelen zij zullen zamelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezameld hebben jij zult gezameld hebben hij zal gezameld hebben wij zullen gezameld hebben jullie zullen gezameld hebben zij zullen gezameld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zamelen jij zou zamelen hij zou zamelen wij zouden zamelen jullie zouden zamelen zij zouden zamelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezameld hebben jij zou gezameld hebben hij zou gezameld hebben wij zouden gezameld hebben jullie zouden gezameld hebben zij zouden gezameld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zamel
|