Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

zaligen vervoegen




NL: zaligen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gezaligd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zalig
jij zaligt
hij zaligt
wij zaligen
jullie zaligen
zij zaligen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gezaligd
jij hebt gezaligd
hij heeft gezaligd
wij hebben gezaligd
jullie hebben gezaligd
zij hebben gezaligd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zaligde
jij zaligde
hij zaligde
wij zaligden
jullie zaligden
zij zaligden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gezaligd
jij had gezaligd
hij had gezaligd
wij hadden gezaligd
jullie hadden gezaligd
zij hadden gezaligd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal zaligen
jij zult zaligen
hij zal zaligen
wij zullen zaligen
jullie zullen zaligen
zij zullen zaligen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gezaligd hebben
jij zult gezaligd hebben
hij zal gezaligd hebben
wij zullen gezaligd hebben
jullie zullen gezaligd hebben
zij zullen gezaligd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou zaligen
jij zou zaligen
hij zou zaligen
wij zouden zaligen
jullie zouden zaligen
zij zouden zaligen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gezaligd hebben
jij zou gezaligd hebben
hij zou gezaligd hebben
wij zouden gezaligd hebben
jullie zouden gezaligd hebben
zij zouden gezaligd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zalig

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/zaligen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald