NL: zakkenSynoniemen: afdalen, dalen, kelderen, niet slagen, zijgen, steekzakken, tassen
DE: die Taschen
EN: the pockets
ES: el bolsillos, el bolsillos del pantalón
FR: la poches
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zak jij zakt hij zakt wij zakken jullie zakken zij zakken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezakt jij bent gezakt hij is gezakt wij zijn gezakt jullie zijn gezakt zij zijn gezakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zakte jij zakte hij zakte wij zakten jullie zakten zij zakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezakt jij had gezakt hij had gezakt wij hadden gezakt jullie hadden gezakt zij hadden gezakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zakken jij zult zakken hij zal zakken wij zullen zakken jullie zullen zakken zij zullen zakken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezakt zijn jij zult gezakt zijn hij zal gezakt zijn wij zullen gezakt zijn jullie zullen gezakt zijn zij zullen gezakt zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zakken jij zou zakken hij zou zakken wij zouden zakken jullie zouden zakken zij zouden zakken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezakt zijn jij zou gezakt zijn hij zou gezakt zijn wij zouden gezakt zijn jullie zouden gezakt zijn zij zouden gezakt zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zak
|