NL: yellen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geyeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik yel jij yelt hij yelt wij yellen jullie yellen zij yellen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geyeld jij hebt geyeld hij heeft geyeld wij hebben geyeld jullie hebben geyeld zij hebben geyeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik yelde jij yelde hij yelde wij yelden jullie yelden zij yelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geyeld jij had geyeld hij had geyeld wij hadden geyeld jullie hadden geyeld zij hadden geyeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal yellen jij zult yellen hij zal yellen wij zullen yellen jullie zullen yellen zij zullen yellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geyeld hebben jij zult geyeld hebben hij zal geyeld hebben wij zullen geyeld hebben jullie zullen geyeld hebben zij zullen geyeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou yellen jij zou yellen hij zou yellen wij zouden yellen jullie zouden yellen zij zouden yellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geyeld hebben jij zou geyeld hebben hij zou geyeld hebben wij zouden geyeld hebben jullie zouden geyeld hebben zij zouden geyeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
yel
|