NL: wrekenSynoniemen: vergelden
DE: wreken (vergelden): vergelten
EN: wreken (vergelden): repay
FR: wreken (vergelden): venger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik wreek jij wreekt hij wreekt wij wreken jullie wreken zij wreken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewroken jij hebt gewroken hij heeft gewroken wij hebben gewroken jullie hebben gewroken zij hebben gewroken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik wreekte jij wreekte hij wreekte wij wreekten jullie wreekten zij wreekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewroken jij had gewroken hij had gewroken wij hadden gewroken jullie hadden gewroken zij hadden gewroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wreken jij zult wreken hij zal wreken wij zullen wreken jullie zullen wreken zij zullen wreken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewroken hebben jij zult gewroken hebben hij zal gewroken hebben wij zullen gewroken hebben jullie zullen gewroken hebben zij zullen gewroken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wreken jij zou wreken hij zou wreken wij zouden wreken jullie zouden wreken zij zouden wreken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewroken hebben jij zou gewroken hebben hij zou gewroken hebben wij zouden gewroken hebben jullie zouden gewroken hebben zij zouden gewroken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
wreek
|