Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

wortelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: wortelen
Synoniemen: wortschieten, vastgroeien

DE: wortelen (wortel schieten): wurzeln, festwachsen, einwachsen
EN: wortelen (wortel schieten): root, be rooted, take root
ES: wortelen (wortel schieten): echar raíces, radicar, arraigar
FR: wortelen (wortel schieten): être enraciné, s'attacher, s'enraciner, prendre racine

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geworteld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik wortel
jij wortelt
hij wortelt
wij wortelen
jullie wortelen
zij wortelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geworteld
jij hebt geworteld
hij heeft geworteld
wij hebben geworteld
jullie hebben geworteld
zij hebben geworteld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik wortelde
jij wortelde
hij wortelde
wij wortelden
jullie wortelden
zij wortelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geworteld
jij had geworteld
hij had geworteld
wij hadden geworteld
jullie hadden geworteld
zij hadden geworteld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal wortelen
jij zult wortelen
hij zal wortelen
wij zullen wortelen
jullie zullen wortelen
zij zullen wortelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geworteld hebben
jij zult geworteld hebben
hij zal geworteld hebben
wij zullen geworteld hebben
jullie zullen geworteld hebben
zij zullen geworteld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou wortelen
jij zou wortelen
hij zou wortelen
wij zouden wortelen
jullie zouden wortelen
zij zouden wortelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geworteld hebben
jij zou geworteld hebben
hij zou geworteld hebben
wij zouden geworteld hebben
jullie zouden geworteld hebben
zij zouden geworteld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
wortel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/wortelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English