NL: wordenSynoniemen: geworden, terechtkomen, werd, word, wordt, bekomen
DE: werden
EN: become
ES: hacerse, pasar a ser, ponerse, volverse, convertirse en, meterse, tornarse
FR: devenir, se faire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geworden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik word jij wordt hij wordt wij worden jullie worden zij worden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben geworden jij bent geworden hij is geworden wij zijn geworden jullie zijn geworden zij zijn geworden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik werd jij werd hij werd wij werden jullie werden zij werden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was geworden jij was geworden hij was geworden wij waren geworden jullie waren geworden zij waren geworden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal worden jij zult worden hij zal worden wij zullen worden jullie zullen worden zij zullen worden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geworden zijn jij zult geworden zijn hij zal geworden zijn wij zullen geworden zijn jullie zullen geworden zijn zij zullen geworden zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou worden jij zou worden hij zou worden wij zouden worden jullie zouden worden zij zouden worden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geworden zijn jij zou geworden zijn hij zou geworden zijn wij zouden geworden zijn jullie zouden geworden zijn zij zouden geworden zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
word
|