NL: windowshoppen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewindowshopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik windowshop jij windowshopt hij windowshopt wij windowshoppen jullie windowshoppen zij windowshoppen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewindowshopt jij hebt gewindowshopt hij heeft gewindowshopt wij hebben gewindowshopt jullie hebben gewindowshopt zij hebben gewindowshopt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik windowshopte jij windowshopte hij windowshopte wij windowshopten jullie windowshopten zij windowshopten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewindowshopt jij had gewindowshopt hij had gewindowshopt wij hadden gewindowshopt jullie hadden gewindowshopt zij hadden gewindowshopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal windowshoppen jij zult windowshoppen hij zal windowshoppen wij zullen windowshoppen jullie zullen windowshoppen zij zullen windowshoppen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewindowshopt hebben jij zult gewindowshopt hebben hij zal gewindowshopt hebben wij zullen gewindowshopt hebben jullie zullen gewindowshopt hebben zij zullen gewindowshopt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou windowshoppen jij zou windowshoppen hij zou windowshoppen wij zouden windowshoppen jullie zouden windowshoppen zij zouden windowshoppen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewindowshopt hebben jij zou gewindowshopt hebben hij zou gewindowshopt hebben wij zouden gewindowshopt hebben jullie zouden gewindowshopt hebben zij zouden gewindowshopt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
windowshop
|