Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

wijzen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: wijzen
Synoniemen: aanwijzen, attenderen, duiden, vertonen, uitwijzen, uitduiden, tonen, tentoonspreiden, aangeven, aanduiden, indiceren

DE: etwas andeuten, etwas zeigen
EN: indicate, point out, define, pinpoint, point to, show, point
ES: localizar un sitio para bombardear
FR: indiquer quelquechose, montrer, désigner, signaler

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gewezen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik wijs
jij wijst
hij wijst
wij wijzen
jullie wijzen
zij wijzen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gewezen
jij hebt gewezen
hij heeft gewezen
wij hebben gewezen
jullie hebben gewezen
zij hebben gewezen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik wees
jij wees
hij wees
wij wezen
jullie wezen
zij wezen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gewezen
jij had gewezen
hij had gewezen
wij hadden gewezen
jullie hadden gewezen
zij hadden gewezen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal wijzen
jij zult wijzen
hij zal wijzen
wij zullen wijzen
jullie zullen wijzen
zij zullen wijzen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gewezen hebben
jij zult gewezen hebben
hij zal gewezen hebben
wij zullen gewezen hebben
jullie zullen gewezen hebben
zij zullen gewezen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou wijzen
jij zou wijzen
hij zou wijzen
wij zouden wijzen
jullie zouden wijzen
zij zouden wijzen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gewezen hebben
jij zou gewezen hebben
hij zou gewezen hebben
wij zouden gewezen hebben
jullie zouden gewezen hebben
zij zouden gewezen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
wijs

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/wijzen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English