NL: wijzenSynoniemen: aanwijzen, attenderen, duiden, vertonen, uitwijzen, uitduiden, tonen, tentoonspreiden, aangeven, aanduiden, indiceren
DE: etwas andeuten, etwas zeigen
EN: indicate, point out, define, pinpoint, point to, show, point
ES: localizar un sitio para bombardear
FR: indiquer quelquechose, montrer, désigner, signaler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewezen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik wijs jij wijst hij wijst wij wijzen jullie wijzen zij wijzen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewezen jij hebt gewezen hij heeft gewezen wij hebben gewezen jullie hebben gewezen zij hebben gewezen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik wees jij wees hij wees wij wezen jullie wezen zij wezen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewezen jij had gewezen hij had gewezen wij hadden gewezen jullie hadden gewezen zij hadden gewezen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wijzen jij zult wijzen hij zal wijzen wij zullen wijzen jullie zullen wijzen zij zullen wijzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewezen hebben jij zult gewezen hebben hij zal gewezen hebben wij zullen gewezen hebben jullie zullen gewezen hebben zij zullen gewezen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wijzen jij zou wijzen hij zou wijzen wij zouden wijzen jullie zouden wijzen zij zouden wijzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewezen hebben jij zou gewezen hebben hij zou gewezen hebben wij zouden gewezen hebben jullie zouden gewezen hebben zij zouden gewezen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
wijs
|