Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

werken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: werken
Synoniemen: aan staan, arbeiden, beïnvloeden, bewegen, functioneren, werking, uitwerken, procederen, optreden, opereren, manipuleren, leven, handelen

DE: arbeiten
EN: work
ES: werken (arbeiden): trabajar
FR: travailler

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gewerkt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik werk
jij werkt
hij werkt
wij werken
jullie werken
zij werken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gewerkt
jij hebt gewerkt
hij heeft gewerkt
wij hebben gewerkt
jullie hebben gewerkt
zij hebben gewerkt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik werkte
jij werkte
hij werkte
wij werkten
jullie werkten
zij werkten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gewerkt
jij had gewerkt
hij had gewerkt
wij hadden gewerkt
jullie hadden gewerkt
zij hadden gewerkt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal werken
jij zult werken
hij zal werken
wij zullen werken
jullie zullen werken
zij zullen werken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gewerkt hebben
jij zult gewerkt hebben
hij zal gewerkt hebben
wij zullen gewerkt hebben
jullie zullen gewerkt hebben
zij zullen gewerkt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou werken
jij zou werken
hij zou werken
wij zouden werken
jullie zouden werken
zij zouden werken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gewerkt hebben
jij zou gewerkt hebben
hij zou gewerkt hebben
wij zouden gewerkt hebben
jullie zouden gewerkt hebben
zij zouden gewerkt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
werk

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/werken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English