NL: wensenSynoniemen: begeren, toewensen, willen, verlangen, zorgen, verkiezen, zucht, smachten, lust
DE: wensen (willen): möchten, wollen
EN: wensen (willen): wish, like to, want
ES: wensen (willen): querer, desear
FR: wensen (willen): vouloir, désirer, aimer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewenst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik wens jij wenst hij wenst wij wensen jullie wensen zij wensen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewenst jij hebt gewenst hij heeft gewenst wij hebben gewenst jullie hebben gewenst zij hebben gewenst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik wenste jij wenste hij wenste wij wensten jullie wensten zij wensten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewenst jij had gewenst hij had gewenst wij hadden gewenst jullie hadden gewenst zij hadden gewenst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wensen jij zult wensen hij zal wensen wij zullen wensen jullie zullen wensen zij zullen wensen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewenst hebben jij zult gewenst hebben hij zal gewenst hebben wij zullen gewenst hebben jullie zullen gewenst hebben zij zullen gewenst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wensen jij zou wensen hij zou wensen wij zouden wensen jullie zouden wensen zij zouden wensen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewenst hebben jij zou gewenst hebben hij zou gewenst hebben wij zouden gewenst hebben jullie zouden gewenst hebben zij zouden gewenst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
wens
|