NL: weldoenSynoniemen: seconderen, ondersteunen, helpen, bijstaan, bijspringen, assisteren, goeddoen
EN: weldoen (helpen): assist, help, attend, be attentive, extend the hand, be helpful, back up, aid, prop up, make oneself useful, second, do good, back
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
welgedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik doe wel jij doet wel hij doet wel wij doen wel jullie doen wel zij doen wel
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb welgedaan jij hebt welgedaan hij heeft welgedaan wij hebben welgedaan jullie hebben welgedaan zij hebben welgedaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deed wel jij deed wel hij deed wel wij deden wel jullie deden wel zij deden wel
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had welgedaan jij had welgedaan hij had welgedaan wij hadden welgedaan jullie hadden welgedaan zij hadden welgedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal weldoen jij zult weldoen hij zal weldoen wij zullen weldoen jullie zullen weldoen zij zullen weldoen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal welgedaan hebben jij zult welgedaan hebben hij zal welgedaan hebben wij zullen welgedaan hebben jullie zullen welgedaan hebben zij zullen welgedaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou weldoen jij zou weldoen hij zou weldoen wij zouden weldoen jullie zouden weldoen zij zouden weldoen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou welgedaan hebben jij zou welgedaan hebben hij zou welgedaan hebben wij zouden welgedaan hebben jullie zouden welgedaan hebben zij zouden welgedaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
doe wel
|