NL: weigerenSynoniemen: afslaan, afwijzen, nee zeggen, onthouden, vertikken, niet aannemen, declineren
DE: weigeren (afwijzen): abweisen, zurückweisen, ablehnen, abstoßen
EN: weigeren (afwijzen): refuse, decline, reject, turn down
ES: weigeren (afwijzen): rechazar, rehusar, despedir, no aceptar, enviar, denegar, rebotar, negar, suspender, descartar, anular, deponer, no funcionar, no dejar entrar
FR: weigeren (afwijzen): refuser, décliner, rejeter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geweigerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik weiger jij weigert hij weigert wij weigeren jullie weigeren zij weigeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geweigerd jij hebt geweigerd hij heeft geweigerd wij hebben geweigerd jullie hebben geweigerd zij hebben geweigerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik weigerde jij weigerde hij weigerde wij weigerden jullie weigerden zij weigerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geweigerd jij had geweigerd hij had geweigerd wij hadden geweigerd jullie hadden geweigerd zij hadden geweigerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal weigeren jij zult weigeren hij zal weigeren wij zullen weigeren jullie zullen weigeren zij zullen weigeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geweigerd hebben jij zult geweigerd hebben hij zal geweigerd hebben wij zullen geweigerd hebben jullie zullen geweigerd hebben zij zullen geweigerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou weigeren jij zou weigeren hij zou weigeren wij zouden weigeren jullie zouden weigeren zij zouden weigeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geweigerd hebben jij zou geweigerd hebben hij zou geweigerd hebben wij zouden geweigerd hebben jullie zouden geweigerd hebben zij zouden geweigerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
weiger
|