NL: wegvegenSynoniemen: afvegen, uitvlakken, vegen, wissen, vlakken, uitwissen, uitvegen, uitgommen
DE: abwischen, wegwischen, fortwischen
EN: sweep away
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weggeveegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik veeg weg jij veegt weg hij veegt weg wij vegen weg jullie vegen weg zij vegen weg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weggeveegd jij hebt weggeveegd hij heeft weggeveegd wij hebben weggeveegd jullie hebben weggeveegd zij hebben weggeveegd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik veegde weg jij veegde weg hij veegde weg wij veegden weg jullie veegden weg zij veegden weg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weggeveegd jij had weggeveegd hij had weggeveegd wij hadden weggeveegd jullie hadden weggeveegd zij hadden weggeveegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wegvegen jij zult wegvegen hij zal wegvegen wij zullen wegvegen jullie zullen wegvegen zij zullen wegvegen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weggeveegd hebben jij zult weggeveegd hebben hij zal weggeveegd hebben wij zullen weggeveegd hebben jullie zullen weggeveegd hebben zij zullen weggeveegd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wegvegen jij zou wegvegen hij zou wegvegen wij zouden wegvegen jullie zouden wegvegen zij zouden wegvegen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weggeveegd hebben jij zou weggeveegd hebben hij zou weggeveegd hebben wij zouden weggeveegd hebben jullie zouden weggeveegd hebben zij zouden weggeveegd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
veeg weg
|