NL: wegsmeltenSynoniemen: smelten
DE: schmelzen, tauen, auslassen, auftauen
EN: smelt, melt away, dissolve, melt down
ES: fundirse, derretirse
FR: fondre, dissoudre, se fondre, se liquéfier, dégeler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weggesmolten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik smelt weg jij smelt weg hij smelt weg wij smelten weg jullie smelten weg zij smelten weg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weggesmolten jij hebt weggesmolten hij heeft weggesmolten wij hebben weggesmolten jullie hebben weggesmolten zij hebben weggesmolten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik smolt weg jij smolt weg hij smolt weg wij smolten weg jullie smolten weg zij smolten weg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weggesmolten jij had weggesmolten hij had weggesmolten wij hadden weggesmolten jullie hadden weggesmolten zij hadden weggesmolten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wegsmelten jij zult wegsmelten hij zal wegsmelten wij zullen wegsmelten jullie zullen wegsmelten zij zullen wegsmelten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weggesmolten hebben jij zult weggesmolten hebben hij zal weggesmolten hebben wij zullen weggesmolten hebben jullie zullen weggesmolten hebben zij zullen weggesmolten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wegsmelten jij zou wegsmelten hij zou wegsmelten wij zouden wegsmelten jullie zouden wegsmelten zij zouden wegsmelten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weggesmolten hebben jij zou weggesmolten hebben hij zou weggesmolten hebben wij zouden weggesmolten hebben jullie zouden weggesmolten hebben zij zouden weggesmolten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
smelt weg
|