NL: wegschenkenSynoniemen: uithuwen, uithuwelijken, weggeven, vergeven
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weggeschonken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schenk weg jij schenkt weg hij schenkt weg wij schenken weg jullie schenken weg zij schenken weg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weggeschonken jij hebt weggeschonken hij heeft weggeschonken wij hebben weggeschonken jullie hebben weggeschonken zij hebben weggeschonken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schonk weg jij schonk weg hij schonk weg wij schonken weg jullie schonken weg zij schonken weg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weggeschonken jij had weggeschonken hij had weggeschonken wij hadden weggeschonken jullie hadden weggeschonken zij hadden weggeschonken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wegschenken jij zult wegschenken hij zal wegschenken wij zullen wegschenken jullie zullen wegschenken zij zullen wegschenken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weggeschonken hebben jij zult weggeschonken hebben hij zal weggeschonken hebben wij zullen weggeschonken hebben jullie zullen weggeschonken hebben zij zullen weggeschonken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wegschenken jij zou wegschenken hij zou wegschenken wij zouden wegschenken jullie zouden wegschenken zij zouden wegschenken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weggeschonken hebben jij zou weggeschonken hebben hij zou weggeschonken hebben wij zouden weggeschonken hebben jullie zouden weggeschonken hebben zij zouden weggeschonken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schenk weg
|