NL: wegkopen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weggekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik koop weg jij koopt weg hij koopt weg wij kopen weg jullie kopen weg zij kopen weg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weggekocht jij hebt weggekocht hij heeft weggekocht wij hebben weggekocht jullie hebben weggekocht zij hebben weggekocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kocht weg jij kocht weg hij kocht weg wij kochten weg jullie kochten weg zij kochten weg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weggekocht jij had weggekocht hij had weggekocht wij hadden weggekocht jullie hadden weggekocht zij hadden weggekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wegkopen jij zult wegkopen hij zal wegkopen wij zullen wegkopen jullie zullen wegkopen zij zullen wegkopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weggekocht hebben jij zult weggekocht hebben hij zal weggekocht hebben wij zullen weggekocht hebben jullie zullen weggekocht hebben zij zullen weggekocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wegkopen jij zou wegkopen hij zou wegkopen wij zouden wegkopen jullie zouden wegkopen zij zouden wegkopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weggekocht hebben jij zou weggekocht hebben hij zou weggekocht hebben wij zouden weggekocht hebben jullie zouden weggekocht hebben zij zouden weggekocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koop weg
|