NL: weghoudenSynoniemen: afzonderen, weren
FR: tenir à l'écart
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weggehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik houd vast; hou weg jij houdt weg hij houdt weg wij houden weg jullie houden weg zij houden weg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weggehouden jij hebt weggehouden hij heeft weggehouden wij hebben weggehouden jullie hebben weggehouden zij hebben weggehouden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hield weg jij hield weg hij hield weg wij hielden weg jullie hielden weg zij hielden weg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weggehouden jij had weggehouden hij had weggehouden wij hadden weggehouden jullie hadden weggehouden zij hadden weggehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal weghouden jij zult weghouden hij zal weghouden wij zullen weghouden jullie zullen weghouden zij zullen weghouden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weggehouden hebben jij zult weggehouden hebben hij zal weggehouden hebben wij zullen weggehouden hebben jullie zullen weggehouden hebben zij zullen weggehouden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou weghouden jij zou weghouden hij zou weghouden wij zouden weghouden jullie zouden weghouden zij zouden weghouden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weggehouden hebben jij zou weggehouden hebben hij zou weggehouden hebben wij zouden weggehouden hebben jullie zouden weggehouden hebben zij zouden weggehouden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
houd vast; hou weg
|