NL: wegenSynoniemen: rijwegen, druk, wikken, overwegen
DE: der Wege, die Straßen, die Strecken
EN: the ways, the roads, the avenues, the tracks
ES: la calzada
FR: la routes, la chaussées, la routes carrossables
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewogen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik weeg jij weegt hij weegt wij wegen jullie wegen zij wegen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewogen jij hebt gewogen hij heeft gewogen wij hebben gewogen jullie hebben gewogen zij hebben gewogen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik woog jij woog hij woog wij wogen jullie wogen zij wogen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewogen jij had gewogen hij had gewogen wij hadden gewogen jullie hadden gewogen zij hadden gewogen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wegen jij zult wegen hij zal wegen wij zullen wegen jullie zullen wegen zij zullen wegen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewogen hebben jij zult gewogen hebben hij zal gewogen hebben wij zullen gewogen hebben jullie zullen gewogen hebben zij zullen gewogen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wegen jij zou wegen hij zou wegen wij zouden wegen jullie zouden wegen zij zouden wegen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewogen hebben jij zou gewogen hebben hij zou gewogen hebben wij zouden gewogen hebben jullie zouden gewogen hebben zij zouden gewogen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
weeg
|