NL: wegdrijvenSynoniemen: spoelen, verdrijven, verjagen, wegjagen, wegdobberen
EN: disperse, expel, dispel, oust
ES: dispersar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weggedreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik drijf weg jij drijft weg hij drijft weg wij drijven weg jullie drijven weg zij drijven weg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weggedreven jij hebt weggedreven hij heeft weggedreven wij hebben weggedreven jullie hebben weggedreven zij hebben weggedreven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dreef weg jij dreef weg hij dreef weg wij dreven weg jullie dreven weg zij dreven weg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weggedreven jij had weggedreven hij had weggedreven wij hadden weggedreven jullie hadden weggedreven zij hadden weggedreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wegdrijven jij zult wegdrijven hij zal wegdrijven wij zullen wegdrijven jullie zullen wegdrijven zij zullen wegdrijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weggedreven hebben jij zult weggedreven hebben hij zal weggedreven hebben wij zullen weggedreven hebben jullie zullen weggedreven hebben zij zullen weggedreven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wegdrijven jij zou wegdrijven hij zou wegdrijven wij zouden wegdrijven jullie zouden wegdrijven zij zouden wegdrijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weggedreven hebben jij zou weggedreven hebben hij zou weggedreven hebben wij zouden weggedreven hebben jullie zouden weggedreven hebben zij zouden weggedreven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
drijf weg
|