NL: wegdoenSynoniemen: afdanken, verwijderen, slachten, afmaken, afdoen, uitmaken, opdoeken, elimineren, afschaffen, wegwerken, wegnemen, weghalen, wegbrengen, vervreemden, verplaatsen, lichten, ecarteren, afzonderen, afnemen
DE: wegdoen (verwijderen): entfernen, wegtun, vertreiben, wegschaffen, beseitigen, fortschaffen, fortbringen
EN: wegdoen (verwijderen): remove
ES: wegdoen (verwijderen): quitar, expulsar, alejarse, extirpar, distanciar
FR: wegdoen (verwijderen): éloigner, renvoyer, repousser, écarter, chasser, se débarrasser de, aliéner, expulser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weggedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik doe weg jij doet weg hij doet weg wij doen weg jullie doen weg zij doen weg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weggedaan jij hebt weggedaan hij heeft weggedaan wij hebben weggedaan jullie hebben weggedaan zij hebben weggedaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deed weg jij deed weg hij deed weg wij deden weg jullie deden weg zij deden weg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weggedaan jij had weggedaan hij had weggedaan wij hadden weggedaan jullie hadden weggedaan zij hadden weggedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wegdoen jij zult wegdoen hij zal wegdoen wij zullen wegdoen jullie zullen wegdoen zij zullen wegdoen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weggedaan hebben jij zult weggedaan hebben hij zal weggedaan hebben wij zullen weggedaan hebben jullie zullen weggedaan hebben zij zullen weggedaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wegdoen jij zou wegdoen hij zou wegdoen wij zouden wegdoen jullie zouden wegdoen zij zouden wegdoen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weggedaan hebben jij zou weggedaan hebben hij zou weggedaan hebben wij zouden weggedaan hebben jullie zouden weggedaan hebben zij zouden weggedaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
doe weg
|