NL: weerstaanSynoniemen: stand houden
DE: widerstehen
EN: resist, withstand
ES: resistir
FR: tenir tête à, résister à, résister
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weerstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik weersta jij weerstaat hij weerstaat wij weerstaan jullie weerstaan zij weerstaan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weerstaan jij hebt weerstaan hij heeft weerstaan wij hebben weerstaan jullie hebben weerstaan zij hebben weerstaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik weerstond jij weerstond hij weerstond wij weerstonden jullie weerstonden zij weerstonden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weerstaan jij had weerstaan hij had weerstaan wij hadden weerstaan jullie hadden weerstaan zij hadden weerstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal weerstaan jij zult weerstaan hij zal weerstaan wij zullen weerstaan jullie zullen weerstaan zij zullen weerstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weerstaan hebben jij zult weerstaan hebben hij zal weerstaan hebben wij zullen weerstaan hebben jullie zullen weerstaan hebben zij zullen weerstaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou weerstaan jij zou weerstaan hij zou weerstaan wij zouden weerstaan jullie zouden weerstaan zij zouden weerstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weerstaan hebben jij zou weerstaan hebben hij zou weerstaan hebben wij zouden weerstaan hebben jullie zouden weerstaan hebben zij zouden weerstaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
weersta
|