NL: weergevenSynoniemen: afbeelden, beschreven, beschrijven, gestalte geven, weergegeven
DE: wiedergeben, beschreiben, erklären
EN: describe, reproduce
ES: describir, expresar, reflejar, hacerse eco de, interpretar, reproducir
FR: refléter, exprimer, reproduire, rendre, traduire, interpréter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
weergegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik geef weer jij geeft weer hij geeft weer wij geven weer jullie geven weer zij geven weer
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb weergegeven jij hebt weergegeven hij heeft weergegeven wij hebben weergegeven jullie hebben weergegeven zij hebben weergegeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaf weer jij gaf weer hij gaf weer wij gaven weer jullie gaven weer zij gaven weer
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had weergegeven jij had weergegeven hij had weergegeven wij hadden weergegeven jullie hadden weergegeven zij hadden weergegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal weergeven jij zult weergeven hij zal weergeven wij zullen weergeven jullie zullen weergeven zij zullen weergeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal weergegeven hebben jij zult weergegeven hebben hij zal weergegeven hebben wij zullen weergegeven hebben jullie zullen weergegeven hebben zij zullen weergegeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou weergeven jij zou weergeven hij zou weergeven wij zouden weergeven jullie zouden weergeven zij zouden weergeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou weergegeven hebben jij zou weergegeven hebben hij zou weergegeven hebben wij zouden weergegeven hebben jullie zouden weergegeven hebben zij zouden weergegeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
geef weer
|