NL: wedijverenSynoniemen: beconcurreren, concurreren, kampen, meten, strijden, meedingen
DE: wedijveren (beconcurreren): konkurrieren, wetteifern
EN: wedijveren (beconcurreren): compete with, be in competition with
ES: wedijveren (beconcurreren): competir, hacer competencia a
FR: wedijveren (beconcurreren): concurrencer, rivaliser, faire concurrence
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewedijverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik wedijver jij wedijvert hij wedijvert wij wedijveren jullie wedijveren zij wedijveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewedijverd jij hebt gewedijverd hij heeft gewedijverd wij hebben gewedijverd jullie hebben gewedijverd zij hebben gewedijverd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik wedijverde jij wedijverde hij wedijverde wij wedijverden jullie wedijverden zij wedijverden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewedijverd jij had gewedijverd hij had gewedijverd wij hadden gewedijverd jullie hadden gewedijverd zij hadden gewedijverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wedijveren jij zult wedijveren hij zal wedijveren wij zullen wedijveren jullie zullen wedijveren zij zullen wedijveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewedijverd hebben jij zult gewedijverd hebben hij zal gewedijverd hebben wij zullen gewedijverd hebben jullie zullen gewedijverd hebben zij zullen gewedijverd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wedijveren jij zou wedijveren hij zou wedijveren wij zouden wedijveren jullie zouden wedijveren zij zouden wedijveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewedijverd hebben jij zou gewedijverd hebben hij zou gewedijverd hebben wij zouden gewedijverd hebben jullie zouden gewedijverd hebben zij zouden gewedijverd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
wedijver
|