NL: webvertisen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewebvertised
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik webvertise jij webvertiset hij webvertiset wij webvertisen jullie webvertisen zij webvertisen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewebvertised jij hebt gewebvertised hij heeft gewebvertised wij hebben gewebvertised jullie hebben gewebvertised zij hebben gewebvertised
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik webvertisede jij webvertisede hij webvertisede wij webvertiseden jullie webvertiseden zij webvertiseden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewebvertised jij had gewebvertised hij had gewebvertised wij hadden gewebvertised jullie hadden gewebvertised zij hadden gewebvertised
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal webvertisen jij zult webvertisen hij zal webvertisen wij zullen webvertisen jullie zullen webvertisen zij zullen webvertisen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewebvertised hebben jij zult gewebvertised hebben hij zal gewebvertised hebben wij zullen gewebvertised hebben jullie zullen gewebvertised hebben zij zullen gewebvertised hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou webvertisen jij zou webvertisen hij zou webvertisen wij zouden webvertisen jullie zouden webvertisen zij zouden webvertisen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewebvertised hebben jij zou gewebvertised hebben hij zou gewebvertised hebben wij zouden gewebvertised hebben jullie zouden gewebvertised hebben zij zouden gewebvertised hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
webvertise
|