NL: webcasten U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewebcast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik webcast jij webcast hij webcast wij webcasten jullie webcasten zij webcasten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewebcast jij hebt gewebcast hij heeft gewebcast wij hebben gewebcast jullie hebben gewebcast zij hebben gewebcast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik webcastte jij webcastte hij webcastte wij webcastten jullie webcastten zij webcastten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewebcast jij had gewebcast hij had gewebcast wij hadden gewebcast jullie hadden gewebcast zij hadden gewebcast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal webcasten jij zult webcasten hij zal webcasten wij zullen webcasten jullie zullen webcasten zij zullen webcasten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewebcast hebben jij zult gewebcast hebben hij zal gewebcast hebben wij zullen gewebcast hebben jullie zullen gewebcast hebben zij zullen gewebcast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou webcasten jij zou webcasten hij zou webcasten wij zouden webcasten jullie zouden webcasten zij zouden webcasten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewebcast hebben jij zou gewebcast hebben hij zou gewebcast hebben wij zouden gewebcast hebben jullie zouden gewebcast hebben zij zouden gewebcast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
webcast
|