NL: warmlopenSynoniemen: inlopen
DE: das Anlaufen
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
warmgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loop warm jij loopt warm hij loopt warm wij lopen warm jullie lopen warm zij lopen warm
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb warmgelopen jij hebt warmgelopen hij heeft warmgelopen wij hebben warmgelopen jullie hebben warmgelopen zij hebben warmgelopen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liep warm jij liep warm hij liep warm wij liepen warm jullie liepen warm zij liepen warm
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had warmgelopen jij had warmgelopen hij had warmgelopen wij hadden warmgelopen jullie hadden warmgelopen zij hadden warmgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal warmlopen jij zult warmlopen hij zal warmlopen wij zullen warmlopen jullie zullen warmlopen zij zullen warmlopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal warmgelopen hebben jij zult warmgelopen hebben hij zal warmgelopen hebben wij zullen warmgelopen hebben jullie zullen warmgelopen hebben zij zullen warmgelopen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou warmlopen jij zou warmlopen hij zou warmlopen wij zouden warmlopen jullie zouden warmlopen zij zouden warmlopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou warmgelopen hebben jij zou warmgelopen hebben hij zou warmgelopen hebben wij zouden warmgelopen hebben jullie zouden warmgelopen hebben zij zouden warmgelopen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loop warm
|